Ga door naar hoofdcontent
misc/arrow-dots-black Informatiemisc/arrow-dots-blackLiteratuuronderzoek

Literatuuronderzoek

Methodieken

Één van de onderdelen van de ontwikkeling van een kwaliteitsstandaard is literatuuronderzoek. Er bestaan verschillende methodieken om de wetenschappelijke literatuur, die de basis vormt van een richtlijn, te beoordelen. De Evidence Based Richtlijn Ontwikkeling (EBRO) is een bekende, evenals de GRADE-methodiek. Sommige richtlijnontwikkelaars passen bestaande ontwikkelmethoden weer aan.

EBRO

In Nederland kennen we bijvoorbeeld de literatuurbeoordelingsformulieren en de classificatie naar mate van bewijsniveau behorend bij de EBRO-methodiek. Deze methodiek bestaat uit een knelpuntenanalyse, het formuleren van uitgangsvragen volgens het PICO-model (Patient, Intervention, Comparison, Outcome), het opstellen van een reviewprotocol, uitgangsvragen beantwoorden (op basis van vakliteratuur), praktijkoverwegingen formuleren, en eenduidige aanbevelingen opstellen.3

Het niveau van de wetenschappelijke bewijsvoering wordt onderscheiden in niveau A1 tot niveau D. Het niveau van de bewijsvoering bepaalt ook de kracht van de aanbeveling die wordt geformuleerd.4

Ontwikkeling van een kwaliteitstandaard

Een genoemde tekortkoming van deze EBRO-methodiek is dat er geen vastomlijnde criteria zijn wanneer wordt gesproken van een studie van ‘goede kwaliteit’. Ook wordt niet omschreven wanneer een studie van onvoldoende omvang is. Daarnaast worden, naast het wetenschappelijke bewijs, andere factoren die meewegen, minder expliciet beschreven en spelen ze geen rol in de kracht van de aanbeveling.Onder andere het Kwaliteitsinstituut voor de Gezondheidszorg CBO werkte volgens deze methodiek.5

GRADE

GRADE (Grading of Recommendations Assessment, Development and Evaluation) wordt beschouwd als de internationale standaard voor het transparant en systematisch beoordelen van de kwaliteit van wetenschappelijk bewijs en om de sterkte van een aanbeveling te bepalen. Het is dus geen vervanging van de EBRO-methodiek, maar het maakt er deel van uit. De methodiek bestaat uit:

  1. Vooraf vaststellen welke (voor de patiënt) belangrijkste uitkomstmaten meegenomen worden.
  2. Wetenschappelijk bewijs (de evidence) gerichter en explicieter beoordelen (per uitkomstmaat en met vastgestelde criteria op het niveau van een systematische review).
  3. Een transparant beoordelingsproces (duidelijk hoe en waarom je tot een bepaald oordeel komt; expliciet afwegen van de voor- en nadelen).4,6,7

Studiebeperkingen, inconsistentie, indirectheid, imprecisie en publicatiebias kunnen de kwaliteit van de evidence per uitkomstmaat verlagen. Een groot effect, dosis-responsrelatie en plausibele confounding kunnen de kwaliteit verhogen. De Orde van Nederlandse Specialisten, het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG), het Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie (KNGF) en Cochrane werken volgens de GRADE-methode.6

Bewijsvoering en kracht van een aanbeveling