Ga door naar hoofdcontent
misc/arrow-dots-black Nieuwsmisc/arrow-dots-blackDe diëtist meegenomen in de nieuwe richtlijn Strengileus

De diëtist meegenomen in de nieuwe richtlijn Strengileus

Donderdag 7 mei 2026Afbeelding De diëtist meegenomen in de nieuwe richtlijn Strengileus

Goede voedingszorg maakt het verschil, zeker bij patiënten met complexe darmproblemen. Daarom is het belangrijk dat diëtisten betrokken zijn bij landelijke richtlijnen. In april 2026 verscheen de nieuwe multidisciplinaire richtlijn voor strengileus. NVD-lid Elif Kilicoglu werkte mee aan de ontwikkeling van de module over het residu-arm dieet. Daarmee krijgt de rol van de diëtist een duidelijke plek binnen de zorg voor deze patiëntengroep.

Wat is strengileus?

Bij strengileus raakt de darm afgesloten door verklevingen of littekenweefsel in de buik. Dit ontstaat vaak na een eerdere buikoperatie. Voedsel en vocht kunnen dan niet goed door de darm bewegen, wat leidt tot klachten zoals buikpijn, misselijkheid en braken.

De aandoening kan ernstig verlopen en heeft veel invloed op het dagelijks leven van patiënten. Ook komt een nieuwe darmobstructie regelmatig terug. Omdat ziekenhuizen en behandelaren de zorg verschillend aanpakten, was er behoefte aan één duidelijke landelijke richtlijn.

Meer aandacht voor de rol van de diëtist

De richtlijn is ontwikkeld op initiatief van de Nederlandse Vereniging voor Heelkunde en mede geautoriseerd door de NVD. Nieuw is dat de diëtist nu expliciet wordt genoemd als betrokken zorgverlener.

Ondervoeding

In de richtlijn wordt benadrukt hoe belangrijk vroege signalering van ondervoeding is. Daarom wordt aanbevolen om patiënten binnen 24 uur na opname te screenen op risico op ondervoeding met een gevalideerd screeningsinstrument.

Bij een verhoogd risico op ondervoeding of wanneer sprake is van een inadequate orale intake gedurende vijf dagen, adviseert de richtlijn om binnen 48 uur een diëtist in consult te vragen. Hiermee krijgt voedingszorg een duidelijke plek binnen het behandeltraject.

Residu-arm dieet

Verder wordt in de aanbevelingen genoemd dat een diëtistconsult overwogen kan worden wanneer een patiënt tijdelijk een residu-arm dieet volgt, ter voorkoming van terugkerende klachten bij strengileus. De diëtist kan ondersteunen bij uitleg over het dieet, begeleiding tijdens het traject en het bewaken van de voedingstoestand.

Wanneer kan een residu-arm dieet helpen?

Een residu-arm dieet wordt niet standaard ingezet bij patiënten met een verhoogd risico op strengileus. Daarvoor is nog te weinig wetenschappelijk bewijs beschikbaar. Daarnaast kan het dieet behoorlijk beperkend zijn en invloed hebben op het dagelijks leven en eetplezier van patiënten.

Toch kan het dieet in sommige situaties passend zijn. Bijvoorbeeld in de periode vóór een geplande operatie, wanneer iemand een grote kans heeft op een nieuwe darmobstructie. Ook bij patiënten die niet meer geopereerd kunnen worden en vaker klachten krijgen, kan een residu-arm dieet ondersteuning bieden.

Wanneer iemand het dieet langere tijd volgt, is goede begeleiding extra belangrijk. Er kunnen namelijk tekorten ontstaan of risico’s op ondervoeding. Juist daar speelt de diëtist een belangrijke rol.

De bijdrage van Elif Kilicoglu

Diëtist en lid Elif Kilicoglu nam namens de NVD deel aan de multidisciplinaire werkgroep die de richtlijn ontwikkelde. Zij schreef en dacht inhoudelijk mee over de module TPV en Residu-arm dieet.

Met de inzet van diëtisten zoals Elif wordt voedingszorg beter meegenomen in landelijke afspraken en behandelrichtlijnen. Zo ontstaat zorg die beter past bij de situatie van de patiënt.

Waarom deze richtlijn belangrijk is

Dat de diëtist nu expliciet terugkomt in de richtlijn, is een belangrijke stap. Het laat zien dat voedingszorg een vast onderdeel hoort te zijn van de behandeling van patiënten met strengileus.

Voor diëtisten die werken in de klinische of chirurgische zorg biedt de richtlijn bovendien praktische handvatten voor de begeleiding van patiënten die tijdelijk een residu-arm dieet volgen.