Ga door naar hoofdcontent
misc/arrow-dots-black Artikelenmisc/arrow-dots-black‘Hidden hunger’, óók in de algemene bevolking
Te zwaar en tóch ondervoed

‘Hidden hunger’, óók in de algemene bevolking

Dinsdag 4 januari 2022Afbeelding ‘Hidden hunger’, óók in de algemene bevolking

Bij mensen met overgewicht kan makkelijk over het hoofd worden gezien dat er óók sprake is van voedseltekorten. Deze ‘hidden hunger’ is zéker niet alleen een probleem bij de ‘80-plusssers in de verpleeghuizen’. Nee, íedereen boven de vijftig jaar met overgewicht en een ongezond eet- en beweegpatroon loopt risico op deze vorm van ondervoeding.

Mede door COVID staat overgewicht meer dan ooit in de belangstelling. Het aantal verzoeken tot maagverkleiningen neemt toe en ook allerlei ‘spookverhalen’ in de media, zoals begrafenisondernemers die melden dat mensen tegenwoordig vaak niet meer in de kist passen. Ondervoeding staat, na alle aandacht van de afgelopen jaren, inmiddels ook goed op de kaart. Een relatie tussen overgewicht en ondervoeding lijkt echter niet zo voor de hand te liggen. Maar dat komt veel vaker voor dan we denken. Nefroloog en onderzoeker prof. dr. Gerjan Navis en diëtist en promovenda Iris van Vliet bij het UMCG deden in het webinar ‘Verborgen honger’ op heldere wijze uit de doeken hoe ondervoeding en overgewicht met elkaar verbonden zijn. Het webinar is te vinden op het UMCG YouTube-kanaal (link onderaan).

Waar gaat het mis?
Er is veel aandacht voor overgewicht. Ondanks dat is nog altijd meer dan vijftig procent van de Nederlandse bevolking te zwaar. En dat lijkt alleen maar toe te nemen. Waar gaat het fout? Nefroloog prof. dr. Gerjan Navis: “Overgewicht wordt vaak eenzijdig bekeken. Maar je hebt een ruimere blik nodig om het probleem beter in beeld te krijgen. En dat is vooral de taak van zorgverleners en onderzoekers. Want,” zo zegt ze, “Als we het aan de overheid en de supermarkten moeten overlaten dan schiet het niet op.” Met zo’n ‘bredere blik’ hebben ze in het UMCG ook de ‘verborgen honger’ ontdekt: de combinatie van overgewicht en ondervoeding. Nefroloog Navis vertelt: “Na een niertransplantatie ontwikkelen mensen vaak overgewicht. We sturen hen dan altijd door naar een diëtist. Dat doen we al twintig jaar, maar helaas zien we niet veel verbetering in dit gezondheidsprobleem. Om dat probleem beter in kaart te brengen, besloten we onze patiënten voedingsdagboekjes te laten bijhouden. En wat bleek? Deze patiënten aten niet te veel, ze aten juist te weinig! Vervolgens hebben we urineonderzoek gedaan. Daar zagen we hetzelfde: deze mensen hadden flinke voedseltekorten, met name hun eiwitinname was veel te laag: een derde zat onder de norm voor eiwitinname.”

Norm eiwitinname

(Per kilogram lichaamsgewicht)

 

0,8 gram bij gezonde mensen

 

1,0 (tot 1,2 gram) bij ouderen

 

1,2 tot 1,5 gram bij zieke mensen

Ze vervolgt: “Bovendien hadden de mensen die zwaarder werden véél te weinig lichaamsbeweging. Dat was in feite de reden waarom ze zwaarder werden. Dit bleek geen kwestie van onwil of luiheid, nee, veel van deze mensen waren ontzettend moe, te moe om te bewegen, of ze hadden bewegingsangst, bijvoorbeeld omdat lichaamsbeweging niet lukte of klachten gaf. Die combinatie van te weinig eiwit en te weinig beweging leidt tot een afname in spiermassa. In combinatie met stijgend gewicht is er dan al snel sprake van een vicieuze cirkel. Als we alles op een rijtje zetten, is bij deze patiënten dus het overgewicht nauw gekoppeld aan een vorm van eiwitondervoeding.”

Vooral 60- en 70-plusser in gevarenzone
Te dik én ondervoed, dat is een combinatie die op het eerste oog uitzonderlijk lijkt. Navis: “Maar dat is het niet. Ook bij andere patiëntengroepen, zoals bij diabetes type 2, bleek deze zogenoemde ‘hidden hunger’ vaak voor te komen: bij ongeveer een derde van de onderzochte patiënten.” Ze vervolgt: “Toen zijn we nóg een stap verder gegaan en vroegen ons af: hoe zit dat dan in de algemene bevolking? Dat onderzochten we met gegevens uit het Lifelines-onderzoek.”

Lifelines

Binnen het onderzoeksprogramma Lifelines worden gedurende dertig jaar 165.000 inwoners van Noord-Nederland gevolgd: kinderen, ouders en grootouders; een driegeneratie-aanpak die uniek is in de wereld. De deelnemers worden eens in de vijf jaar opgeroepen voor een onderzoek. Zij krijgen dan op verschillende tijden een uitgebreide vragenlijsten voorgelegd over onder andere ziekten, leefstijl, gezondheid, medicijngebruik, voedingsgewoonten. Daarnaast worden hun bloeddruk, gewicht, lengte, longfunctie, hartfunctie en bloed- en urinewaarden gemeten. Deze brede aanpak kan diepgaand inzicht opleveren in het ontstaan en beloop van chronische ziekten. De uitkomsten van Lifelines moeten leiden tot het sneller vaststellen van ziekte, het vinden van nieuwe behandelingen of het voorkomen van chronische aandoeningen.

 

www.Lifelines.nl

“We zagen dat zowel gewicht als spierverlies met de leeftijd toenemen; dat wisten we al. Maar we zagen ook dat dat al in een relatief jonge groep, de 60-ers, het geval kan zijn. Nu zijn veel 60-plussers te dik en 1 op de 7 van hen heeft te weinig spiermassa. Maar het vervelende bij overgewicht is dat je het spierverlies niet aan de buitenkant kunt zien. Bij de 80-plussers in verpleeghuizen hadden we dat probleem natuurlijk al geconstateerd. Maar er zijn in de bevolking veel meer 60’ers en 70’ers dan 80’ers. En als je daaraan gaat rekenen, dan blijkt ineens dat 80% van de mensen met overgewicht, in combinatie met spierverlies, jonger is dan 70 jaar! Deze mensen hebben een verhoogd risico op ondervoeding; en dat risico begint – als je pech hebt – al op 50-jarige leeftijd. Dat is een pittige boodschap!” En met die pittige boodschap hebben we volgens de hoogleraar dus een enorme bewustwordingsslag te maken. “Want het is natuurlijk eeuwig zonde om erop te gaan zitten wachten tot je in het verpleeghuis belandt voordat daar eens iemand naar kijkt. Daar moeten we nú mee aan de slag!” Daarbij benadrukt ze: “En we hebben het dan dus niet over ernstig zieke oudere patiënten, maar over jou en je buurman!”

‘Wees alert vanaf je vijftigste!’

Diëtist inzetten bij aanpak ‘hidden hunger’
“Maar,” zegt de hoogleraar: “Met deze kennis over ‘hidden hunger’ hebben we als zorgverleners óók een troefkaart in handen. Want door alert te zijn op de combinatie overgewicht en ondervoeding, kunnen we, zowel in het speelveld van de medische zorg als algemene preventie, een groot verschil maken.” Hoe kan deze troefkaart volgens Navis het beste gespeeld worden? “Het allerbelangrijkste is de bewustwording dat dit probleem velen van ons aangaat. Dus breng bij elke persoon de oorzaak van het overgewicht in kaart”, waarbij ze benadrukt: “Objectief en gebaseerd op kennis en metingen, niet op vooroordelen.” Ze vervolgt: “Daarnaast moeten we de opsporing van ondervoeding verbeteren, want we zijn er inmiddels wel achter dat een oppervlakkige blik niet voldoende is. En dan is de volgende stap: wat betekenen deze bevindingen voor deze persoon? Wat heb jij nodig? En hoe krijgen we dat ingepast in jouw leven? Bij al deze stappen heeft de diëtist een belangrijke rol: van bewustwording, tot goede diagnostiek die verder gaat dan die oppervlakkige blik, een persoonlijk behandelplan en de toepassing daarvan.”

Met een andere bril kijken naar overgewicht en ondervoeding
Iris van Vliet werkt als diëtist in het UMCG en doet promotieonderzoek naar overvoeding in de complexe ziekenhuissetting. De afdeling werkte mee aan het onderzoek van Navis. In haar bijdrage aan de webinar benadrukt ze het belang van ‘beter kijken’. Ze zegt daarover: “Gemiddeld 20% van de patiënten in de zorg, in instellingen of thuis, is ondervoed. Dat is niet zomaar een cijfer; nee, dat is een van de vijf mensen die je voor je ziet. En bij opname in het UMCG is dat zelfs een op de drie patiënten.” Letterlijk ‘zien’, door anders kijken, daar gaat het volgens haar om. En ze illustreert dat in haar presentatie haar bevindingen met ondervoeding in het UMCG daarom ook met een plaatje van een bril. “Met het screeningsinstrument MUST stelden we vast: van de patiënten met overgewicht loopt 5% bij opname een verhoogd risico op ondervoeding. Bij patiënten zonder overgewicht was dat 16%. Deze risico-inschatting met de MUST is vooral gebaseerd op de BMI en gewichtsverlies. Mede op basis van de bevindingen zoals beschreven door professor Navis, zijn wij met een andere bril gaan kijken. We gebruikten daartoe een andere vorm van screening, namelijk de PG-SGA SF, waarin uitgebreider navraag wordt gedaan naar de risicofactoren voor ondervoeding, zoals symptomen die het eten en drinken bemoeilijken en beperkingen in activiteit en functioneren. De uitslag die we toen zagen, was heel anders: van de mensen met overgewicht bleek maar liefst 36% een verhoogd risico te lopen op ondervoeding, van de mensen zonder overgewicht 42%. Dus,” constateert ze, met enige schok: “door alleen te kijken naar de buitenkant en de BMI hebben we over het hoofd gezien dat van de patiënten met overgewicht meer dan 1 op de 3 patiënten een verhoogd risico liep op ondervoeding. Bovendien liepen deze patiënten ook een hoger risico op andere slechtere uitkomsten, zoals heropname in het ziekenhuis. Dat is extra relevant als je bedenkt dat de screeningsuitslag vaak bepalend is voor wat er verder gebeurt aan diagnostiek van voedingstoestand en of er voedingsinterventies worden gestart. Onze resultaten laten zien dat we daarom écht met een andere bril moeten kijken naar risico op ondervoeding.”

Gereedschappen voor meetbare gezondheidswinst
Om ondervoeding bij over- of ondergewicht beter vast te kunnen stellen, móeten zorgverleners – naast kijken en vragen stellen – ook meten, aldus Van Vliet: “Het vaststellen van de lichaamssamenstelling, vooral de spiermassa, is cruciaal, maar helaas nog niet overal mogelijk. Het is enorm belangrijk dat die mogelijkheid breder wordt verspreid, juist omdat bij bepaalde groepen – zoals onze niertransplantatie-patiënten – de verlaagde spiermassa het belangrijkste kenmerk van ondervoeding is. Gelukkig komen hiervoor ook steeds betere meetinstrumenten beschikbaar. Dat maakt het werk makkelijker en concreter.” Ze vervolgt: “Met deze gereedschappen hebben we dus nog een ‘extra bril’, de meetbare gegevens kunnen we inzetten in het proces van diagnose en behandeling.” Ze voegt hieraan toe dat het daarbij belangrijk is om alle professionals die aan het bed staan hierbij te betrekken. “Artsen, verpleegkundigen, fysiotherapeuten, voedingsassistenten, maar ook de patiënt en zijn naasten. Zo krijgen we het hele verhaal van de patiënt in beeld. Bovendien moeten we zorgen voor een goede overdracht en afstemming tussen de instelling en de thuissituatie. Want we weten inmiddels dat het percentage ondervoede patiënten bij ontslag uit het ziekenhuis nog hoger is bij opname, bijna 40%. Goede voedingszorg moet dus niet stoppen bij de deuren van het ziekenhuis. En dat vraagt om een goede samenwerking met zorgpartijen in de regio.”

Samenwerking tussen onderzoeker en diëtist
Volgens Van Vliet hebben de diëtisten in het UMCG de oorzaken en risico’s van overgewicht al goed op het netvlies staan, maar de nauwe relatie met ondervoeding, en ook in een veel bredere bevolkingsgroep dan we dachten, is voor iedereen relatief nieuw. “Dat moeten we dus breed over het voetlicht brengen. Vooral omdat daarmee grote gezondheidswinst te behalen is, zowel in de medische als in de preventieve setting. Maar het is wel een verhaal dat we heel goed moeten uitleggen. Want als wij er als professionals al zo lang over doen om het helder in beeld te krijgen, en te begrijpen, dan ligt er voor ons ook de schone taak om deze schijnbaar tegenstrijdige ‘verborgen honger’ goed onder de aandacht te brengen van het grote publiek. Heel belangrijk, want dat verhaal gaat voor een groot deel over henzelf, of op z’n minst iemand in hun omgeving!”. Navis vult aan: “Wat het ook een belangrijk verhaal maakt: het laat zien dat overgewicht een complex probleem is. En in deze gevallen absoluut niet de ‘schuld’ is van de patiënt, dus weg met die vooroordelen. Dit inzicht gaat stigmatisering tegen en werkt hopelijk motiverend. Maar de complexiteit ervan vraagt natuurlijk om een deskundige blik, waaronder die van de diëtist.”
De diëtist in dit verhaal besluit trots: “Het is natuurlijk prachtig dat we met onderzoek vanuit de diëtetiek dit probleem scherper in beeld hebben gekregen. Dat benadrukt alleen maar dat de samenwerking tussen de wetenschap en de praktijk zo belangrijk is. Want voeding is echt een essentieel onderdeel van de medische behandeling. Dus laten we dat met z’n allen goed op het netvlies houden.”

‘Voeding moet een veel prominentere rol krijgen in het medisch dossier.’

Voeding in de praktijk in het gedrang
Ook Navis benadrukt tot slot het belang van samenwerking op de werkvloer van het ziekenhuis. “Want dit probleem is niet 1-2-3 opgelost. Goed eten is niet altijd makkelijk; patiënten hebben vaak geen eetlust of moeten regelmatig nuchter zijn voor onderzoek. En artsen weten niet veel van voeding, daar hebben we echt de diëtist voor nodig.” Daarom moeten volgens haar ook de voedingsgegevens beter worden geïntegreerd in het geheel van de zorg. “Omdat daarmee de voeding een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid wordt. Een voedingsassistent kan een onvoldoende screeningsuitslag op ondervoeding wel doorsturen naar de diëtist, maar die staat niet aan het bed. Daar staat de arts, en die vraagt misschien wel aan de patiënt: ‘Smaakt het eten u?’, maar verder zal dat gesprek niet gaan. Voeding moet dus een veel prominentere rol krijgen in het medisch dossier. Zodat iedereen het meeneemt in zijn of haar stuk van het verhaal. Want van elkaar informeren vanuit de verschillende invalshoeken, daar wordt de patiënt uiteindelijk alleen maar beter van.”

Auteur

Afbeelding voor Wendy van Koningsbruggen

Wendy van Koningsbruggen

Volledige biografie

Contact:

g.j.navis@umcg.nl
i.m.y.van.vliet@umcg.nl

Leestips