Ondervoeding bij thuiswonende ouderen vraagt om een bredere aanpak
Maandag 31 augustus 2026
Ondervoeding bij thuiswonende ouderen is een onderschat probleem dat grote gevolgen kan hebben voor gezondheid, zelfstandigheid en kwaliteit van leven. Nieuw onderzoek van Janna W. Alberts, et al. (van Vilans, de Technische Universiteit Eindhoven en het Expertisecentrum Dementie en Technologie), laat zien dat effectieve voedingszorg veel verder gaat dan het geven van voedingsadvies alleen. De basis voor het onderzoek vormen acht diepte-interviews met diëtisten tussen 22 en 33 jaar, met werkervaring van 1-10 jaar.
Ondervoeding komt onder thuiswonende ouderen vaker voor dan vaak wordt gedacht. Dat is volgens de onderzoekers zorgelijk, omdat ondervoeding niet alleen leidt tot gewichtsverlies, maar ook samenhangt met verminderde spierkracht, afnemende zelfredzaamheid en een lagere kwaliteit van leven.
Complex en dynamisch
Het onderzoek laat zien dat ondervoeding een complex en dynamisch proces is. Factoren als eenzaamheid, verlies van een partner, verminderde eetlust, slikproblemen, cognitieve achteruitgang en praktische beperkingen bij het boodschappen doen of koken kunnen allemaal bijdragen aan een verslechterde voedingssituatie. En wat voor de ene oudere werkt, hoeft voor een andere oudere niet effectief te zijn. Zelfs binnen dezelfde persoon kan de situatie in de loop van de tijd veranderen.
Risico’s gewichtsverlies
Een andere bevinding in het onderzoek is dat veel ouderen zich onvoldoende bewust zijn van de risico’s van gewichtsverlies. Diëtisten ervaren dat cliënten gewichtsverlies soms zien als een normaal onderdeel van het ouder worden, terwijl de impact op gezondheid en functioneren aanzienlijk kan zijn. Daarom vormt het opbouwen van vertrouwen en het begrijpen van de persoonlijke situatie van de oudere een essentiële eerste stap in de behandeling.
Behouden zelfstandigheid
Ook blijkt dat goede voedingszorg meer vraagt dan het monitoren van gewicht en voedingsinname alleen. Diëtisten kijken nadrukkelijk naar motivatie, dagelijkse gewoonten, sociale omstandigheden en de ondersteuning die iemand krijgt vanuit zijn of haar omgeving. Soms is het uiteindelijke doel niet eens gewichtstoename, maar het behouden van zelfstandigheid, zoals weer zelf boodschappen kunnen doen of maaltijden kunnen bereiden.
Samenwerking van belang
Daarnaast benadrukt het onderzoek het belang van samenwerking. Mantelzorgers, thuiszorgprofessionals, huisartsen en andere zorgverleners beschikken vaak over waardevolle informatie en kunnen veranderingen in eetgedrag of gezondheid vroeg signaleren. Tegelijkertijd ervaren diëtisten knelpunten in de communicatie en afstemming tussen de verschillende betrokken partijen, waardoor signalen soms gemist worden.
Technische ondersteuning
Volgens de onderzoekers kan technologie daarbij ondersteuning bieden. Niet als vervanging van persoonlijk contact, maar als hulpmiddel om veranderingen eerder zichtbaar te maken, informatie binnen het zorgnetwerk te delen en diëtisten meer inzicht te geven in wat er tussen consulten gebeurt. Daarbij moet technologie niet alleen voedingsinname monitoren, maar ook aandacht hebben voor motivatie, leefomgeving en de dagelijkse praktijk van ouderen.
De belangrijkste conclusie is dat ondervoeding niet als een losstaand voedingsprobleem kan worden gezien. Een succesvolle aanpak vraagt om aandacht voor de mens achter het eetgedrag, een sterk betrokken zorgnetwerk en een goede samenwerking tussen alle professionals rondom de oudere.
Diëtisten centraal
In het onderzoek staan diëtisten centraal. De onderzoekers hebben acht Nederlandse diëtisten geïnterviewd die ervaring hebben met de behandeling van thuiswonende ouderen met ondervoeding. Het doel van het onderzoek was expliciet om de zorgpraktijk vanuit het perspectief van de diëtist in kaart te brengen en te onderzoeken waar technologie de voedingszorg kan ondersteunen.
De onderzoekers beschrijven diëtisten als:
- De professionals die het voedingszorgproces coördineren en begeleiden.
- De experts die de voedingsstatus beoordelen, een diagnose stellen, een behandelplan opstellen en de voortgang monitoren.
- De schakel tussen de oudere en het bredere zorgnetwerk van mantelzorgers, thuiszorgmedewerkers, huisartsen en andere zorgprofessionals.
- Professionals die voortdurend moeten afstemmen op veranderende omstandigheden, motivatie en behoeften van de cliënt.
Opvallend is dat het onderzoek diëtisten niet neerzet als zorgverleners die uitsluitend voedingsadvies geven. Integendeel: zij worden beschreven als professionals die vertrouwen opbouwen, gedragsverandering begeleiden, motivatie versterken, samenwerken met andere zorgverleners en rekening houden met sociale, psychologische en praktische factoren die invloed hebben op de voedingstoestand van ouderen.
De auteurs verwijzen naar diëtisten onder meer als:
- “Dietitians play a crucial role” in de ondersteuning van thuiswonende ouderen met ondervoeding.
- Professionals die een gepersonaliseerde aanpak ontwikkelen omdat ondervoeding per persoon verschilt.
- Zorgverleners die te maken hebben met tijdsdruk, beperkte mogelijkheden om cliënten thuis te volgen en uitdagingen in de samenwerking met het zorgnetwerk.
- Centrale spelers in een dynamische zorgreis (“dynamic, multi-actor patient journey”), waarbij zij samen met ouderen en hun netwerk voortdurend het behandelplan aanpassen.








