Ga door naar hoofdcontent
misc/arrow-dots-black Nieuwsmisc/arrow-dots-blackIGJ: oncologiezorgnetwerken waardevol, maar structurele borging nodig

IGJ: oncologiezorgnetwerken waardevol, maar structurele borging nodig

Donderdag 20 augustus 2026Afbeelding IGJ: oncologiezorgnetwerken waardevol, maar structurele borging nodig

De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) ziet dat oncologiezorgnetwerken, waarbinnen ook diëtisten werkzaam zijn, een belangrijke bijdrage leveren aan goede zorg en ondersteuning voor mensen met en na kanker. Tegelijkertijd maakt de inspectie zich zorgen over de kwetsbare organisatie en financiering van deze netwerken. In het rapport Samen bouwen aan zorg en ondersteuning voor mensen met en na kanker dat onlangs verscheen beschrijft de IGJ ook hoe de borging beter kan. Voor de landelijke (beroeps) organisaties liggen hier duidelijke kansen om landelijke kennis en regionale samenwerking sterker met elkaar te verbinden.

De IGJ onderzocht zeven oncologiezorgnetwerken. De inspectie ziet veel betrokken professionals die elkaar kennen en patiënten daardoor gericht kunnen verwijzen naar passende zorg en ondersteuning. Dat is belangrijk, omdat mensen tijdens en na een oncologische behandeling vaak ondersteuning nodig hebben op verschillende gebieden, waaronder voeding, bewegen, vermoeidheid en psychosociaal functioneren.

Goede zorg vraagt om meer dan betrokken professionals

Tegelijkertijd constateert de IGJ dat veel netwerken sterk afhankelijk zijn van bevlogen kartrekkers en vrijwillige inzet van zorgprofessionals. Structurele financiering ontbreekt vaak en ook eigenaarschap, coördinatie en governance zijn niet altijd duurzaam geregeld.

De IGJ adviseert daarom om de organisatorische basis van netwerken te versterken. Ook is volgens de inspectie een betere aansluiting nodig bij bestaande regionale structuren, zoals huisartsenorganisaties, ziekenhuizen, eerstelijnssamenwerkingsverbanden, palliatieve netwerken en het sociaal domein.

Daarmee is de boodschap van de IGJ tweeledig: er zijn zorgen over de kwetsbaarheid van de huidige netwerken, maar er ligt ook een duidelijke route naar betere borging.

Kennis en regionale infrastructuur verbinden

Die ontwikkeling sluit aan bij de manier waarop de NVD werkt aan professionele netwerken. Binnen de NVD zijn erkende kennisnetwerken actief waarin specifieke diëtistische deskundigheid wordt ontwikkeld en gebundeld. Het erkende kennisnetwerk oncologie speelt daarin een belangrijke rol voor de kwaliteit en ontwikkeling van de oncologische diëtetiek.

Daarnaast ondersteunt de NVD over de regionale monodisciplinaire dietistennetwerken.Deze netwerken leggen in de regio verbinding met andere zorgprofessionals en met de ontwikkelingen binnen de eerste lijn. Via de Regiotafels is er vervolgens aansluiting met ziekenhuizen en instellinge.

Juist tussen deze beide niveaus liggen kansen voor verdere samenwerking. Het kennisnetwerk kan vanuit de inhoud en specifieke deskundigheid bijdragen aan wat goede oncologische diëtetiek vraagt. De regionale netwerken kunnen vervolgens helpen om die kennis te verbinden met regionale zorgpaden, verwijzers en andere zorgprofessionals. De NVD kan als landelijke beroepsvereniging de verbinding leggen met landelijke ontwikkelingen in de eerste lijn, overheidsbeleid en zorgakkoorden.

Ieder vanuit de eigen rol

Daarbij hoeft niemand de rol van een ander over te nemen. Integendeel. De kracht ontstaat juist wanneer inhoudelijke expertise, landelijke positionering en regionale implementatie elkaar aanvullen. De bevindingen van de IGJ passen bij het ingezet beleid van de NVD om de verbinding tussen erkende kennisnetwerken en de regionale infrastructuur verder te versterken. Zo kan kennis niet alleen worden ontwikkeld en gedeeld, maar ook daadwerkelijk landen in de dagelijkse praktijk. Dit geldt overigens niet alleen voor de oncologische zorg. Ook voor andere ziektespecifieke netwerken geldt dat borging binnen de regionale infrastructuren die zijn ontstaan belangrijk zijn.

Samen kunnen kennisnetwerken, regionale netwerken en de NVD  ieder vanuit hun eigen rol bijdragen aan duurzame, goed georganiseerde en toegankelijke zorg voor mensen met en na kanker.