Ga door naar hoofdcontent
misc/arrow-dots-black Nieuwsmisc/arrow-dots-blackRisico op haaruitval bij gebruik van GLP-1-middelen 

Risico op haaruitval bij gebruik van GLP-1-middelen 

Woensdag 19 augustus 2026Afbeelding Risico op haaruitval bij gebruik van GLP-1-middelen 

GLP-1-middelen worden steeds vaker gebruikt bij diabetes type 2 en obesitas. Naast bekende maag-darmklachten melden patiënten ook haaruitval. Een nieuwe studie in The BMJ onderzocht of haaruitval vaker voorkomt bij patiënten die starten met een GLP-1-middel. 

Wat is er onderzocht? 

Onderzoekers van de University of Pennsylvania volgden ruim 39.000 volwassenen met diabetes type 2 die startten met bloedsuikerverlagende medicatie. Eén groep startte met een GLP-1-middel, de andere groepen begonnen met een SGLT-2-remmer of een DPP-4-remmer, twee veelgebruikte alternatieven.  

Vervolgens werd gekeken hoe vaak in de jaren na de start van de behandeling een diagnose van haaruitval werd geregistreerd. In de analyses werd rekening gehouden met onder andere leeftijd, gewicht, bestaande aandoeningen en ander medicijngebruik. 

Haaruitval kwam vaker voor bij GLP-1-gebruik  

Haaruitval kwam in alle drie de groepen voor, maar werd vaker geregistreerd bij patiënten die met een GLP-1-middel startten. Vergeleken met SGLT-2-remmers was het relatieve risico 37% hoger. Ten opzichte van DPP-4-remmers was het relatieve risico 68% hoger.  

De absolute aantallen geven een beter beeld van de omvang van het risico. Bij GLP-1-gebruikers ging het om circa 7 gevallen van haaruitval per 1.000 patiënten per jaar, tegenover circa 5 per 1.000 bij SGLT-2-remmers en circa 4 per 1.000 bij DPP-4-remmers.  

De meeste gevallen ontstonden in het eerste jaar na de start van de behandeling, met een piek net voor de twaalf maanden. Het absolute risico op een diagnose voor haaruitval bleef klein. Wel geven de resultaten aanleiding om hier bij de begeleiding van patiënten alert op te zijn. 

Vooral niet-littekenvormende haaruitval 

Het verhoogde risico op haaruitval bleek vrijwel volledig te zitten bij niet-littekenvormende alopecia, waaronder telogeen effluvium. Bij deze vorm raakt de hoofdhuid niet blijvend beschadigd. Het is een type haarverlies dat vaak optreedt na een periode van snel gewichtsverlies of onvoldoende energie-inname, eiwit en micronutriënten zoals ijzer, zink en biotine. 

De onderzoekers noemen veranderingen in gewicht en voedingsinname als een mogelijke verklaring voor de gevonden associatie. Andere mechanismen, waaronder hormonale of immunologische effecten van GLP-1-middelen, kunnen op basis van de huidige kennis niet volledig worden uitgesloten. 

Verder onderzoek is nodig om meer duidelijkheid te krijgen over de oorzaak, ernst en omkeerbaarheid van de haaruitval en om te bepalen welke patiënten mogelijk een hoger risico lopen. 

De rol van de diëtist bij het verlagen van het risico op haaruitval bij GLP-1 

De resultaten kunnen helpen om haaruitval mee te nemen in het gesprek over de mogelijke effecten van GLP-1-medicatie.  

Voor diëtisten is het belangrijk om alert te blijven bij de begeleiding van patiënten die GLP-1-medicatie gebruiken. Voldoende energie- en eiwitinname tijdens het afvallen, samen met aandacht voor micronutriënten, kan mogelijk bijdragen aan het verminderen van dit risico. Tijdig signaleren van tekorten hoort daarbij.  

Meldt een patiënt haaruitval? Dan is het zinvol om naar de klinische context van de situatie te kijken, denk aan het tempo van het gewichtsverlies en de algehele voedingstoestand.  

Bij aanhoudende, ernstige of opvallende haaruitval kan de patiënt doorverwezen worden naar de huisarts. 

Bron:  

Tang H, Zhang B, Lu Y, et al. Risk of hair loss associated with glucagon-like peptide-1 receptor agonists in adults with type 2 diabetes: target trial emulation. BMJ 2026;394:e100077.