Internationaal onderzoek helpt risico op ondervoeding eerder herkennen
Donderdag 25 juni 2026
Het onderzoek uit het GLIM project Risk of malnutrition onder leiding van de Hanzehogeschool brengt voor het eerst duidelijk in kaart wat risico op ondervoeding precies betekent. Het onderzoek, uitgevoerd samen met de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen, Wageningen Universiteit en het Radboudumc, laat zien dat ondervoeding vaak al in een vroeg stadium signalen geeft. Die kennis kan helpen om eerder in te grijpen en gezondheidsproblemen te voorkomen.
Vanuit de Hanze wordt het onderzoek geleid door prof. dr. Harriët Jager, bijzonder hoogleraar bij de NVD, in samenwerking met dr. Martine Sealy. Hun missie laat zich in één zin samenvatten: ondervoeding vóór zijn.
Ondervoeding vaak pas laat in beeld
Ondervoeding wordt in de praktijk vaak gekenmerkt aan zichtbaar gewichtsverlies. Toch blijkt dat dit meestal een laat signaal is. Bij ziekte en/of veroudering verliezen mensen vooral spiermassa. Dat proces blijft vaak onopgemerkt, zeker wanneer iemand al overgewicht heeft.
Gewichtsverlies wordt daardoor soms verkeerd geïnterpreteerd als een positieve ontwikkeling, terwijl de fysieke gevolgen groot kunnen zijn.
De helft van Nederland heeft overgewicht,” zegt Harriët Jager. “Als mensen door ziekte minder gaan eten of spiermassa verliezen, wordt dat in eerste instantie vaak niet als probleem gezien. Terwijl het dat wel is.”
Eetlustverlies als belangrijk vroeg signaal
Uit het onderzoek blijkt dat verlies van eetlust de belangrijkste voorspeller is van een verhoogd risico op ondervoeding. Dit werd door 96,5 procent van de experts als meest kritisch beoordeeld. Ook andere signalen, zoals slikproblemen, misselijkheid en braken, blijken belangrijke aanwijzingen.
Deze inzichten laten zien dat niet alleen de weegschaal telt, maar juist ook veranderingen in eetgedrag en voedselinname.
Vroeg ingrijpen
Het onderzoek laat zien dat ondervoeding zelden één oorzaak heeft. Naast medische factoren spelen ook sociale en psychologische omstandigheden een belangrijke rol.
Eenzaamheid, financiële problemen, depressieve klachten, cognitieve achteruitgang en afhankelijkheid bij eten vergroten het risico op ondervoeding. Vooral bij ouderen die zelfstandig thuis wonen, kunnen deze signalen sneller over het hoofd worden gezien.
Dit vraagt om een integrale benadering, waarbij de diëtist samenwerkt met huisartsen, wijkverpleging en het sociaal domein om het risico op ondervoeding tijdig te herkennen en aan te pakken.
Eenzaamheid na het verlies van een partner kan de motivatie om te koken ondermijnen,” zegt Jager. “En geldzorgen leiden soms tot bezuinigingen op gezonde voeding.”
Nieuwe definitie van risico op ondervoeding
Om wereldwijd dezelfde vroege risicofase te kunnen herkennen, kwamen de onderzoekers via een internationale consensusprocedure tot een gezamenlijke definitie van de term ‘risico op ondervoeding’.
| De definitie luidt als volgt: |
|---|
| Risico op ondervoeding is een situatie die in de loop van de tijd kan veranderen, waarbij iemand gewicht kan verliezen en één of meer risicofactoren heeft die tot ondervoeding kunnen leiden. Deze factoren kunnen symptomen zijn die beïnvloeden hoe goed iemand kan eten of problemen veroorzaken die zijn gerelateerd aan een ziekte. Ook lichamelijke, mentale, sociale, demografische of economische problemen kunnen leiden tot ondervoeding en daardoor een verslechterde gezondheid. |
Van vijftig screeningsinstrumenten naar vijf
Bijna vijftig bestaande screeningsinstrumenten zijn in het onderzoek beoordeeld. Hieruit blijkt dat veel bestaande screeningsinstrumenten te laat signaleren. Slechts vijf daarvan bleken geschikt om het risico op ondervoeding vroegtijdig te herkennen.
Met de traditionele tools identificeer je vooral mensen die kenmerken van ondervoeding hebben. Ze screenen puur op factoren, zoals een laag gewicht, en als zo’n tool een ja aangeeft, ben je eigenlijk al te laat. De vijf bruikbare tools kijken juist naar de onderliggende problematiek, zoals slikklachten of pijn waardoor eten moeizamer gaat.” – Harriët Jager
De nieuwe inzichten verschuiven de focus naar eetgedrag, klachten en onderliggende oorzaken. De bijbehorende aanbevelingen voor de praktijk worden later dit jaar gepubliceerd.
Passende zorg
De nieuwe aanpak sluit aan bij de landelijke beweging Passende Zorg, waarin het voorkomen van zorg en het tijdig signaleren van risico op ondervoeding centraal staan. Door eerder te screenen op risico op ondervoeding kan verslechtering mogelijk worden voorkomen en kan zorg gerichter worden ingezet.
We weten dat ondervoeding de maatschappij nu enorm veel geld kost door extra huisartsbezoeken, intensievere thuiszorg en langere ziekenhuisopnames. De verschuiving naar screening die focust op vroege risicofactoren, gaat de zorgkosten waarschijnlijk fors verlagen.” – Harriët Jager.
Ook internationaal neemt de aandacht voor vroegsignalering toe. Verschillende landen onderzoeken of zij hun screeningsbeleid kunnen aanpassen op basis van de nieuwe inzichten. In Nederland wordt onder andere in het UMCG en Radboudumc al gewerkt met screening op risico op ondervoeding, en sluiten steeds meer zorginstellingen aan.
Als onze missie slaagt, transformeren we de zorg van een reactieve brandweer – die pas blust als er al brand is – naar een proactieve beschermmuur. We moeten niet wachten tot de storm de fundering heeft weggevaagd. We moeten zorgen dat het huis blijft staan.” – Harriët Jager.
Agenda Ondervoeding NL
Om ondervoeding in Nederland tegen te gaan heeft de Nederlandse Vereniging van Diëtisten (NVD), samen met het Voedingscentrum, de Agenda Ondervoeding NL opgesteld. Het initiatief richt zich op betere herkenning van ondervoeding, sterkere samenwerking tussen zorg- en welzijnsorganisaties en meer aandacht voor preventie in de dagelijkse praktijk.
De agenda nodigt daarnaast professionals en organisaties uit om mee te denken en bij te dragen aan de verdere uitwerking en toepassing in de praktijk.
- Meer informatie over de Agenda Ondervoeding NL is te vinden via: www.agendaondervoeding.nl
- Graag meer lezen over ondervoeding? Lees hier meer.