“De olifant in de kamer: waarom leefstijl alleen het obesitasprobleem niet oplost”
Maandag 2 februari 2026
Kunnen we het groeiende probleem van overgewicht en obesitas nog aanpakken met individuele leefstijlinterventies, of is er meer nodig? Volgens Beulens is de wetenschap duidelijk: leefstijlinterventies werken, maar alleen in een omgeving die gezond gedrag ondersteunt. “De olifant in de kamer is dat we van individuen verwachten dat ze gezonde keuzes maken in een omgeving die hen voortdurend richting ongezonde keuzes duwt.”
Voor een publiek van enkele honderden voedingswetenschappers en andere belangstellenden sprak Joline Beulens op 29 januari de jaarlijkse publiekslezing van de Nederlandse Academie voor Voedingswetenschappen uit. Als hoogleraar Epidemiologie van leefstijl en cadiometabole ziekten van Amsterdam UMC presenteerde ze data die de ernst van de situatie blootleggen rondom de toename van chronische ziekten.
Wereldwijd blijft de prevalentie van overgewicht en obesitas stijgen, met onder andere een forse toename van type 2-diabetes en cardiocasculaire ziekten tot gevolg. In Nederland kampt inmiddels meer dan de helft van de volwassenen met overgewicht. Hoewel leefstijlinterventies, zoals gecombineerde leefstijlprogramma’s voor voeding, bewegen en gedragsverandering (GLI’s), aantoonbaar effect hebben op gewicht en cardiometabole risicofactoren, laten ze in de praktijk minder sterke resultaten zien dan in streng gecontroleerde studies.
“We zien in RCT’s indrukwekkende effecten, maar in de dagelijkse zorg is het veel moeilijker om deelnemers vast te houden en interventies goed te implementeren,” aldus Beulens.
De voedselomgeving werkt tegen
Een belangrijk deel van Beulens’ lezing ging over die leefomgeving. In Nederlandse supermarkten voldoet circa 79% van de producten niet aan de Richtlijnen Goede Voeding. Fastfoodketens, gemakswinkels en maaltijdbezorging zijn de afgelopen jaren sterk gegroeid, en ultrabewerkte producten zijn goed voor ongeveer een derde van de energie-inname in Europa.
“We onderschatten hoe sterk onze omgeving onze keuzes beïnvloedt. Daarom zijn alleen kleine nudges in supermarkten gericht op het gezonde aanbodonvoldoende om het koopgedrag te veranderen,” zei Beulens, verwijzend naar recente interventiestudies die ze zelf geleid heeft. Zonder structurele aanpassingen, van productaanbod tot prijspolitiek, blijven gezonde keuzes voor veel mensen simpelweg minder toegankelijk.
Medicatie als aanvulling, niet als wondermiddel
Met de opkomst van GLP1 medicatie zoals semaglutide en tirzepatide lijkt er een nieuwe route richting gewichtsverlies. Maar Beulens waarschuwde voor overspannen verwachtingen en sprak over een al te gemakkelijke hang naar medicijnen haar zorg uit. “Medicatie werkt, maar leidt bij stoppen ook weer vaak tot gewichtstoename en het dagelijkse gebruik kan tot complicaties leiden.”
Volgens Beulens brengt de toenemende medicatieafhankelijkheid nieuwe vragen met zich mee over gezondheidsverschillen, langetermijneffecten en de invloed van commerciële partijen. “We moeten echt goed nadenken over de balans tussen middelen die symptomen bestrijden en interventies die oorzaken aanpakken,” zei ze.
Publieke maatregelen lijken onvermijdelijk
In de afsluitende discussie spitste de discussie zich vooral toe op de vraag wat er aan gedaan kan worden om de groei van overgewicht en obesitas tegen te gaan door het voedselaanbod gezonder te maken. De ongezonde voedselomgeving heeft een grote invloed op de keuze die individuen maken.
Door emeritus hoogleraar Martijn Katan werd voorgesteld ongezonde producten fors duurder te maken, naar rato van de mate van ongezondheid, met bijpassend duidelijk label. Emeritus hoogleraar Frans Kok vroeg zich af of dit niet juist ten nadele zou zijn van mensen in een lage sociaaleconomische positie. Met anderen vroeg hij zich af waarom het beleid toch niet meer zou inzetten op ‘verplichtende’ regels die zorgen dat het aanbod gezonder wordt, minder zout en suiker (suikertaks) bijvoorbeeld.
Beulens gaf aan dat Nederland, met over het algemeen een liberale bestuurscultuur, niet zit te wachten op regelgeving. Maar ze gaf ook aan: “Zonder beleid dat gezonde voeding ondersteunt, blijven we dweilen met de kraan open.”
De vraag uit het publiek werd opgeworpen of vanuit de NAV (door verenigde voedingswetenschappers) dan niet een lobby begonnen zou moeten worden richting beleidsmakers. Dat balletje dat opgeworpen kreeg bijval, maar daarvoor zou de samenwerking moeten worden gezocht met meerdere partijen, maatschappelijke organisaties.
“Een combinatie van individuele én publieke maatregelen is noodzakelijk”, sluit Beulens af. “Pas als de omgeving meewerkt, krijgen ook leefstijlinterventie echt de kans om te werken.”
Rol diëtisten?
Tijdens haar lezing gaf Beulens aan dat ze ook voor diëtisten een belangrijke rol ziet weggelegd voor het keren van het tij rondom de groei van overgewicht en obesitas. Wat ze erover zegt, zie je in de video. Ook gaat ze in op GLP1-medicatie en welke rol ze ziet voor de Gezondheidsraad rondom het ongezonde aanbod voedingsmiddelen. Beulens is per 1 januari 2026 voorzitter van de commissie voeding van deze raad.
Take home messages
– Leefstijl interventies hebben klinisch relevante effecten op metabole gezondheid ondersteund door bevorderlijke omgeving.
– Zorgverleners aanmoedigen om gemotiveerde individuen naar leefstijlinterventies te verwijzen op basis van professioneel oordeel en patiëntvoorkeuren.
– Beleidsmaatregelen implementeren om de leefomgeving te verbeteren zodat gezondheidsvoordelen toegankelijk zijn voor iedereen.
– Juiste combinatie van leefstijlinterventie met gewicht verlagende medicatie moet onderzocht worden.
Roelinka Broekhuizen kreeg na de publiekslezing de zogeheten NAV impactprijs voor haar jarenlange inzet voor de Nederlandse Academie voor Voedingswetenschappen. Na 18 jaar nam ze afscheid, een periode waarin de vereniging groeide in ledenaantal en activiteiten. “De NAV is een prachtige vereniging voor en door voedingswetenschappers die zichzelf willen verbeteren door inhoudelijke discussies, leren van andermans onderzoek, samenwerkingen en positief kritisch blijven kijken naar waarden zoals wetenschappelijke integriteit”, aldus Broekhuizen.









