“Nieuwe Richtlijnen goede voeding zijn zeer belangrijk voor diëtisten”
Donderdag 4 december 2025
“De Richtlijnen Goede Voeding zijn zeer belangrijk voor diëtisten. Ze bieden een wetenschappelijk onderbouwde basis om cliënten met uiteenlopende aandoeningen te begeleiden naar een gezond en duurzaam voedingspatroon.”
Dat zegt diëtist-onderzoeker Jacqueline Langius bij het verschijnen van de nieuwe Richtlijnen goede voeding van de Gezondheidsraad. Langius, die tevens lid is van de wetenschappelijke adviesraad van het NTVD/NVD, is een van de diëtisten van de vaste commissie voeding van de Gezondheidsraad die de nieuwe richtlijn samenstelde.
“Een belangrijke verandering in de advisering is de verschuiving van rood vlees en vleeswaren naar meer plantaardige eiwitbronnen, zoals peulvruchten en noten”, licht Langius de nieuwe richtlijnen toe. “Voor veel cliënten is die overstap een uitdaging, zeker als ze weinig kunnen eten. Juist doordat diëtisten samen met de cliënt haalbare doelen stellen, afgestemd op persoonlijke wensen en leefsituatie, en daarbij begeleiding en coaching bieden, spelen zij een sleutelrol in deze transitie.”
Meer plantaardig eten
De nieuwe Richtlijnen goede voeding die op 4 december zijn gepresenteerd gaan over eiwitbronnen en voedingspatronen. Ze leggen meer nadruk op het belang van plantaardige voeding, gericht op een toename van de consumptie van plantaardige voedingsmiddelen en een afname van de consumptie van dierlijke voedingsmiddelen.
De raad kent dus nog meer waarde toe aan het soortgelijke, overkoepelende advies over een plantaardig voedingspatroon dat ook al in de richtlijnen van 2015 naar voren kwam. Sinds die tijd is de wetenschappelijke kennis over het effect van meer plantaardige patronen op de risico’s op chronische ziekten, alleen maar bevestigd. “Bovendien”, zo concludeert de raad, “blijken meer plantaardige voedingspatronen ook voor het milieu gunstiger te zijn, wat belangrijk is voor de beschikbaarheid van voldoende gezond en veilig voedsel voor toekomstige generaties. De milieu-impact kan zelfs nog verder worden beperkt via de productkeuze binnen productgroepen.”
Rol van de diëtist
Een keuze voor meer plantaardige producten, brengt een keuze voor meer plantaardige eiwitten met zich mee. Eiwitten van dierlijke oorsprong worden vaak als hoogwaardig beschouwd, omdat de aminozuren uit vleeseiwitten goed beschikbaar zijn voor de mens. Niet voor niets wordt er in het licht van de eiwittransitie dan ook veel onderzoek gedaan naar de kwaliteit van plantaardige eiwitten voor de gezondheid, als deze vleeseiwitten vervangen. Hebben ze dezelfde (gunstige) effecten?
Bij een gevarieerd en gezond voedingspatroon op basis van de Richtlijnen goede voeding is de eiwitkwaliteit voor de algemene bevolking geen belangrijk aandachtspunt, schrijft de raad. Bij kwetsbare groepen is echter wel aandacht gewenst voor de eiwitinname en eiwitkwaliteit bij de overgang naar een meer plantaardig voedingspatroon.
Voor specifieke groepen die een lagere eiwit- of energie-inname kunnen hebben (zoals patiënten in ziekenhuizen, verpleeghuizen of revalidatiecentra, of ouderen met thuiszorg) en voor mensen met problemen zoals misselijkheid, smaakveranderingen, obstructie, malabsorptie, allergieën en intoleranties, ziet de commissie een belangrijke rol voor de diëtist, die de consument op individueel niveau kan begeleiden. “Uiteraard blijft het in het algemeen belangrijk om in bredere zin aandacht te hebben voor de volwaardigheid van het voedingspatroon, omdat mensen hun voedingspatronen op zeer uiteenlopende wijzen invullen, ook als ze de RGV opvolgen”, aldus de raad.
Lees ook het uitgebreide NTVD-artikel over de richtlijnen.








