In Almere kan het: iedereen aan tafel voor toekomstbestendige eerstelijnszorg
Vrijdag 11 september 2026
Een goed functionerend wijksamenwerkingsverband kan aanzienlijke maatschappelijke waarde opleveren. Dat blijkt uit de impactstudie naar de samenwerking tussen eerstelijnszorg en sociaal domein in Almere. Onderzoeksbureau VitaValley voerde de studie uit in opdracht van ReHA Almere. De uitkomsten zijn relevant voor de discussie over de structurele financiering van samenwerking in de wijk – en daarmee ook voor de positie van diëtisten en andere paramedici.
Aan de impactstudie hebben ook de verschillende beroepsgroepen waaronder diëtisten en overige paramedici in Almere meegewerkt. In de studie is met een Social Return on Investment-analyse (SROI) gekeken naar de maatschappelijke kosten en baten van wijksamenwerkingsverbanden (WSV’s), ondersteund door het Regionaal Eerstelijns Samenwerkingsverband (RESV). Als basis is Almere Haven genomen. Lees meer over de impactstudie.
De studie laat twee verschillende beelden zien. In de huidige opstartfase komt de SROI in Almere Haven uit op 1,1: iedere geïnvesteerde euro levert ongeveer €1,10 maatschappelijke waarde op. In het potentiële scenario, waarin het wijkverband volwassen is en de samenwerking goed functioneert, stijgt de SROI naar 3,7. Het gaat nadrukkelijk om een toekomstscenario en niet om al gerealiseerde opbrengsten.
Interessant is vooral waar de baten terechtkomen. Niet alleen professionals en inwoners profiteren. Ook de gemeente en zorgverzekeraars hebben in het potentiële scenario substantiële financiële baten, bijvoorbeeld door minder beroep op het sociaal domein en door het voorkomen, uitstellen of beter inzetten van zorg. Over vijf jaar vraagt het potentiële scenario ongeveer € 719.000 aan maatschappelijke inbreng, tegenover circa € 2,7 miljoen maatschappelijke waarde.
Samenwerken is óók een productiefactor
Voor de NVD is dit een belangrijke constatering. De opbrengsten ontstaan onder meer doordat professionals elkaar beter kennen, inwoners beter worden toegeleid naar bestaand aanbod en zorg en ondersteuning beter op elkaar aansluiten. Het rapport noemt netwerkvorming, vertrouwen en toegankelijkheid expliciet als toegevoegde waarde van een WSV.
Dat ondersteunt het standpunt dat deelname aan hechte wijkverbanden niet iets is wat diëtisten en andere eerstelijnsprofessionals vanzelfsprekend uit hun reguliere behandeltarief moeten bekostigen. Samenwerking kost tijd en capaciteit én levert aantoonbaar waarde op voor andere partijen in het stelsel. Daarmee ligt er ook een verdelingsvraag: wie betaalt de organisatie en samenwerking wanneer een belangrijk deel van de financiële baten bij gemeente en zorgverzekeraar terechtkomt? De onderzoekers concluderen zelfs dat in het ambitiescenario zowel gemeente als zorgverzekeraar afzonderlijk een positieve businesscase hebben.
Niet van bovenaf dichtregelen
Minstens zo belangrijk is hóé zo’n wijkverband wordt opgebouwd. De studie laat zien dat succesvolle wijksamenwerking niet primair structuurgedreven, maar gedrags- en samenwerkingsgedreven is. Alleen een overlegtafel of formele structuur optuigen is dus onvoldoende.
Een hecht wijkverband moet juist aansluiten bij wat lokaal al bestaat: welke professionals elkaar al weten te vinden, welke initiatieven er zijn en welke vragen inwoners en professionals in de wijk tegenkomen. De onderzoekers adviseren om bestaande activiteiten en energie te benutten en daarop voort te bouwen. Niet vooraf alles centraal vastleggen, maar vanuit bestaande relaties, vertrouwen en concrete vraagstukken organisch verder bouwen.
Voor de NVD, in samenwerking met de collega organisaties samenwerkend binnen het Paramedisch Platform Nederland (PPN), maar ook de andere beroepsorganisaties in de eerst lijn, biedt de studie daarmee belangrijke onderbouwing voor de komende gesprekken over de inrichting én financiering van hechte wijkverbanden en RESV’s: samenwerking moet worden georganiseerd én bekostigd, maar wel op een manier die ruimte laat voor wat lokaal werkt.oblematiek mogelijk al ervaring hebben. Samen doen. Almere laat zien dat het kan – en dat het werkt.”







