Terugblik PAREL-S conferentie
Maandag 23 februari 2026
Op 5 februari 2026 kwamen in Den Haag ruim 150 paramedici bijeen voor het afsluitende symposium van het project PAREL-S. Diëtisten en andere paramedici spelen een onmisbare rol in passende zorg door duurdere of onnodige zorg te verplaatsen, te vervangen of zelfs te voorkomen. Maar hoe pak je dit aan? De NVD keek terug op een bijeenkomst die meer was dan een afronding van het project: het bood een moment van reflectie op de rol van diëtisten en hun verantwoordelijkheid voor de toekomst van passende zorg.
Symposium PAREL-S
Diëtisten en andere paramedici spelen een onmisbare rol in passende zorg door duurdere of onnodige zorg te verplaatsen, te vervangen of zelfs te voorkomen. Maar hoe pak je dat aan? Waar liggen de kansen en welke uitdagingen kom je tegen? Hoe vind je bijvoorbeeld passende financiering en welke wet- en regelgeving speelt een rol?
Daarover gingen zo’n 150 betrokkenen bij de paramedische zorg, waaronder diëtisten, ergotherapeuten, fysiotherapeuten, huidtherapeuten, logopedisten, optometristen en podotherapeuten, onder leiding van dagvoorzitter Philip van der Wees (hoogleraar Paramedische Wetenschappen, Radboudumc), in gesprek tijdens het symposium: PARamedische EersteLijns Substitutie (PAREL-S) op donderdag 5 februari 2026 in The Lighthouse van de Haagse Hogeschool.
Het symposium is georganiseerd door het PAREL-consortium, een samenwerkingsverband van onder andere hogescholen, universiteiten, patiëntvertegenwoordigers en beroepsverenigingen vanuit de verschillende paramedische disciplines. De presentatie van de door hen ontwikkelde routekaart voor paramedische interventies met preventie en substitutiepotentieel staat centraal tijdens het symposium. Want met de dubbele vergrijzing – meer ouderen worden steeds ouder – wordt de zorg zoals die nu is onbetaalbaar. Lees de uitgebreide terugblik op de website van ZoNMw.
Reflectie NVD
Wat tijdens het symposium duidelijk werd, is dat voeding en voedingszorg een essentiële pijler vormen binnen substitutie en preventie. Ondervoeding, overvoeding en niet adequaat gevoed dragen direct bij aan functieverlies, verminderde kwaliteit van leven en oplopende zorgkosten. Toch zien wij dagelijks dat preventie – zowel secundair als tertiair – nog onvoldoende structureel is ingebed in het zorgstelsel. De overtuiging dat dit anders moet, is breed gedeeld. De randvoorwaarden om dit volledig waar te maken, zijn echter nog niet overal op orde.
Paneldebat
Tijdens het sympoisum ging het tijdens het paneldebat over de toekomst van de paramedische zorg. Directeur NVD en voorzitter van het Paramedisch Platform Nederland, Bianca Rootsaert, zette de toon met haar duidelijke visie. Volgens Bianca bevinden we ons in een tussenland: er is beweging en ambitie, maar de randvoorwaarden lopen nog achter. Dat schuurt.
Ze benadrukte dat paramedici moeten investeren in het zichtbaar maken van hun meerwaarde, ook als daar niet direct een vergoeding tegenover staat. Tegelijk pleitte zij voor heldere, uniforme kaders. “We zullen moeten toewerken naar meer uniforme afspraken waarbinnen we persoonsgerichte zorg leveren,” stelde ze vastberaden. Alleen door doelgericht samen te werken – met zorgverzekeraars, VWS en ZonMw – kan de sector de volgende stap zetten. De andere panelleden onderschreven het belang van passende financiering en stevig bewijs, maar het was Rootsaert die het gesprek richting gaf: minder vrijblijvendheid, meer regie en samen vooruit.
Voeding en preventie
Vanuit de NVD herkennen wij de fase waarin we ons bevinden als een ‘tussenland’. Diëtisten hebben zich de afgelopen jaren nadrukkelijker gepositioneerd als zorgprofessionals met een cruciale rol door alle lijnen. We zijn niet langer uitsluitend uitvoerders van verwijzingen, maar actieve partners in vroegsignalering, behandeling en het voorkomen van zwaardere zorg. Tegelijkertijd is er nog een kloof tussen wat we inhoudelijk kunnen bieden en wat we uniform, aantoonbaar en opschaalbaar georganiseerd hebben. Het versterken van dat fundament – met eenduidige kwaliteitskaders, betere dataregistratie en meer gezamenlijke bewijsvoering – is een belangrijke opdracht voor de hele paramedische sector, zo blijkt uit het rapport van Zorgmarkten 2025 naar Passende Zorg en de paramedische sector en dat geldt ook voor onze beroepsgroep.
Diëtisten in beweging
De binnen PAREL-S ontwikkelde routekaart laat zien dat domeinoverstijgende samenwerking mogelijk is. Voor de diëtetiek is met name de interventie rondom ondervoeding bij kwetsbare ouderen illustratief. Ondervoeding is geen marginaal probleem, maar een structurele risicofactor voor ziekenhuisopnames, verhoogd huisartsenbezoek, functieverlies en langere hersteltrajecten. Binnen dit project werken diëtisten intensief samen met andere professionals in de wijk, met vroegsignalering en geïntegreerde interventies als uitgangspunt. Deze aanpak sluit aan bij bestaande landelijke trajecten zoals de Agendaondervoeding.nl waar al veel organisaties samenwerken aan gezamenlijke doelen. Juist door verbinding te zoeken met wat er al is, versterken we impact en voorkomen we versnippering.
Financiering en beleid
Het symposium maakte duidelijk dat substitutie niet los kan worden gezien van financiering en wetgeving. Diëtisten investeren structureel in kwaliteitsontwikkeling, richtlijnontwikkeling, onderzoek en innovatie. Een groot deel van deze inzet in de eerste lijn wordt nog altijd gedragen door de beroepsgroep zelf. Dat getuigt van betrokkenheid, maar maakt ons ook kwetsbaar. Als voedingsinterventies daadwerkelijk onderdeel moeten worden van de Cirkel van Gepast Gebruik en passende zorg, dan vraagt dat om structurele inbedding in bekostiging en beleid.
We zien hier een belangrijke rol voor ZonMw als partner in het verbinden van onderzoek, implementatie en opschaling. Goede voorbeelden moeten niet incidenteel blijven, maar structureel onderdeel worden van standaarden en financiering. Alleen dan kunnen bewezen effectieve interventies rondom voeding en leefstijl daadwerkelijk hun systeemveranderende potentieel realiseren.
Groei en professionalisering
Wat ons als NVD bovendien hoopvol stemt, is de bereidheid binnen de beroepsgroep om kritisch naar onszelf te blijven kijken. We moeten blijven investeren in onderbouwing, in uniforme registratie en in het transparant maken van uitkomsten. Dat betekent ook dat we bereid moeten zijn interventies aan te passen of los te laten wanneer bewijs tekortschiet. Professioneel leiderschap vraagt om die reflectie. Als NVD gaan we die transitie voor en met de beroepsgroep begeleiden en organiseren.
Als NVD zien wij dat we niet meer aan het begin staan, maar ook nog niet ‘af’ zijn. We bevinden ons in een fase van groei en positionering. Met verdere professionalisering, stevige verankering binnen passende zorg en blijvende samenwerking met partners in beleid en onderzoek kunnen wij de stap zetten van veelbelovende initiatieven naar duurzame systeemverandering.
De wil is er. De kennis is er. Nu is het zaak om als beroepsgroep consistent door te bouwen en onze rol in substitutie en (zorggerelateerde) preventie meer structureel te verankeren.
