Samen sterker tegen ondervoeding en sarcopenie bij ouderen
Dinsdag 5 mei 2026
Op donderdag 23 april vond in Groningen het eindsymposium plaats van het ZonMw-project InterGAIN. In dit project is de afgelopen jaren onderzocht hoe interprofessionele samenwerking in de eerste lijn kan bijdragen aan betere zorg voor thuiswonende ouderen met (risico op) ondervoeding en/of sarcopenie. Bijna honderd betrokkenen woonden de bijeenkomst in Het Oude Raadhuis in Groningen bij.
De aanleiding voor het onderzoek is de toenemende druk op de eerstelijnszorg, gecombineerd met vergrijzing, complexere zorgvragen en een zorgsysteem dat nog sterk langs (aparte) disciplines is georganiseerd. InterGAIN, een project dat is gefinancierd door ZonMW, zet daar een concreet alternatief tegenover: samenwerking rondom voeding en beweging, met ouderen zelf nadrukkelijk betrokken, en met oog voor kwaliteit van leven, betaalbaarheid en werkplezier.
Tijdens het symposium werden onderzoeksresultaten, praktijkervaringen en lessen uit de regio’s Groningen, Friesland en Drenthe gedeeld met professionals, ouderen, beleidsmakers en onderzoekers.
Het belang van samenwerking
Prof. dr. Harriët Jager-Wittenaar (Hanze en Radboudumc) opende het symposium en schetste de achtergrond en ambities van InterGAIN. Zij benadrukte dat ondervoeding en sarcopenie vaak onderschatte problemen zijn, terwijl ze grote gevolgen hebben voor zelfredzaamheid, functioneren en zorggebruik. Interprofessionele samenwerking is daarbij geen doel op zich, maar een randvoorwaarde om passende zorg te organiseren.

Voeding en beweging: samen een ‘koninkrijk’
In zijn keynote-lezing liet dr. Michael Tieland (Deakin University / Hogeschool van Amsterdam) zien waarom voeding en beweging onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden bij de aanpak van sarcopenie en ondervoeding. Zijn centrale boodschap: “Exercise is king, nutrition is queen – together they form a kingdom.”
Tieland, die voor het symposium speciaal uit Australië was ingevlogen, gaf een overzicht van de wetenschappelijke stand van de kennis rond spieropbouw, spierafbraak en eiwitinname. Daarbij ging hij in op de continue af- en opbouw van spiermassa gedurende het leven. “Zelfs bij honderjarigen is opbouw van spierweefsel nog mogelijk als er stamcellen aanwezig zijn”, bracht hij naar voren.
Spierverlies in fasen
Tieland liet zien dat het spierverlies dat bij mensen op oudere leeftijd intreedt geen geleidelijk proces is van steeds iets minder spieren, maar eerder een soort cascade. “Het versnelde spierverlies bij ouderen zie je vooral optreden rond ingrijpende ‘events’ zoals ziekenhuisopname of ziekte”, aldus Tieland. Ouderen hebben daarbij vaak te maken met anabole resistentie, waarbij spieren minder gevoelig worden voor voedings- en bewegingsprikkels.

Aan de hand van verschillende internationale onderzoeken onderbouwde Tieland de wetenschappelijke consensus die er is over het belang van voldoende (extra) eiwitinname in combinatie met krachttraining om spierverlies tegen te gaan. “Elke vorm van krachttraining kan effectief kan zijn bij ouderen, als de spieren maar weerstand krijgen”, zegt Tieland. “Eiwitsuppletie krijgt pas effect wanneer deze wordt gecombineerd met voldoende intensieve training. Zelfs bij kwetsbare of ernstig zieke ouderen is daarmee winst te behalen voor hun fysiek functioneren.”
In zijn bijdrage onderstreepte hij tevens het belang van een geïntegreerde benadering én van samenwerking tussen disciplines die voeding en beweging traditioneel los van elkaar benaderen.
Samenwerken in de praktijk
Dr. Hans Drenth (Hanze / ZuidOostZorg) ging in op interprofessionele samenwerking aan de hand van een praktijkcasus van een kwetsbare oudere. Hij maakte duidelijk dat goede zorg verder gaat dan losse interventies van individuele professionals. Hij beschreef de verschillen tussen multi-, inter- en transprofessioneel samenwerken en hoe volgens InterGAIN wordt samengewerkt vanuit gezamenlijke doelen en één gedeeld zorgplan. “In het project hebben we gezien dat je rekening moet houden met het spanningsveld tussen professionele identiteit, taakafbakening en flexibiliteit. Interprofessionele samenwerking vraagt om wederzijds begrip en het durven loslaten van traditionele grenzen, zonder dat dit ten koste gaat van professionaliteit.”

Betrokkenheid van ouderen
Na de lunch werd het perspectief verbreed met bijdragen over zorgbeleid en gezamenlijke besluitvorming. Bianca Rootsaert (Nederlandse Vereniging van Diëtisten en voorzitter van het Paramedisch Platform Nederland (PPN) en kwartiermaker Agenda Ondervoeding NL) schetste beleidsmatige ontwikkelingen en knelpunten rond interprofessionele samenwerking in de eerstelijnszorg, waaronder financiering en positionering van paramedici.
In een gezamenlijke sessie van Sabien van Exter (voormalig onderzoeker Radboudumc) en Anjo Geluk (voorzitter van Denktank 60+ Noord en projectgroeplid van InterGAIN) werd getoond hoe ouderen zelf bij InterGAIN betrokken waren en wat het belang daarvan is. Daarbij stond centraal hoe samenwerking wordt ervaren door degenen om wie het uiteindelijk draait: de oudere zelf. Volgens Geluk is betrokkenheid bij de aanpak van de behandeling van de patiënt zelf een belangrijke basisvoorwaarde.
Of een oudere (patiënt) ook altijd in een interprofessioneel kernteam moet zitten voor de behandeling van de patiënt of oudere in kwestie was een vraag die ook tijdens de afsluitende paneldiscussie nog werd opgeworpen. Alle sprekers deden eraan mee, inclusief een diëtist (Melissa Zantinge), fysiotherapeut (Sorcha Grant), POH-er Geriatrie (Anneke van der Wal) en beleidsmaker (Erik Koekoek, Zilveren Kruis) die hebben geparticipeerd in InterGAIN. De conclusie was niet eenduidig, maar duidelijk is wel dat de oudere c.q. de patiënt een vaste stem moet kunnen hebben.
Samen een zorgpad ontwikkelen
Sandra Boxum (promovendus InterGAIN Hanze / Radboudumc) en dr. Jan-Jaap Reinders (psycholoog-onderzoeker Hanze/UMCG) namen de deelnemers mee in het ontwerpproces van het interprofessionele zorgpad binnen InterGAIN. Zij lieten zien hoe co-creatie met ouderen en professionals heeft geleid tot praktische handvatten en inzicht in regionale succes- en faalfactoren. Duidelijk is dat InterGAIN geen eindpunt is, maar een stap richting duurzamere samenwerking in de eerstelijnszorg. De uitdaging ligt nu in het borgen en verder ontwikkelen van deze manier van werken.
Ondervoeding uitdagend
Tijdens haar slotwoord vatte Harriët Jager-Wittenaar het symposium in enkele kernboodschappen die gedurende de dag de revue passeerden samen. Opvallend daarin was dat ‘ondervoeding’ als een uitdagende term kan worden bestempeld. Dat heeft vooral te maken met de manier waarop patiënten of ouderen die te maken hebben met ondervoeding het woord als offensief kunnen beschouwen, alsof ze iets niet goed hebben gedaan, alsof het hun schuld is. Deze perceptie is van belang om rekening mee te houden. De slotconclusie van Jager-Wittenaar was dat de resultaten van InterGAIN hoop geven om interprofessionele samenwerking rondom (risico op) ondervoeding en sarcopenie samen met ouderen, het werkveld, onderzoekers en beleidsmakers vorm te geven!








