Prinsjesdag 2026: passende zorg vraagt ook om passende randvoorwaarden
Donderdag 17 september 2026
De Miljoenennota en VWS-begroting voor 2027 laten een duidelijke beweging zien: meer nadruk op gezondheid en preventie, een sterkere eerstelijn, regionale samenwerking, digitalisering en passende zorg. Dat is een richting waarin de Nederlandse Vereniging van Diëtisten zich herkent. Juist diëtisten en andere paramedici kunnen eraan bijdragen dat mensen langer gezond blijven, sneller herstellen en zorg waar mogelijk dichter bij huis ontvangen.
Tegelijkertijd zien we een belangrijke opgave. De ambities voor passende zorg nemen snel toe. De randvoorwaarden waaronder paramedici die ambities in de praktijk moeten realiseren, moeten daarin wel kunnen meegroeien.
Paramedici zijn niet alleen uitvoerders van passende zorg
Passende zorg wordt nadrukkelijker de norm. Van beroepsgroepen wordt verwacht dat zij onderbouwen welke zorg effectief en doelmatig is, hun richtlijnen actualiseren en deze ook in de praktijk implementeren. Als gelijkwaardige zorg minder arbeidsintensief of kosteneffectiever kan worden geleverd, krijgt die optie nadrukkelijker prioriteit. Tegelijkertijd verwacht VWS dat door vergrijzing, langer thuis wonen en de beweging naar passende zorg steeds meer en complexere zorgvragen in de eerstelijn terechtkomen.
Daarmee groeit de betekenis van de paramedische sector. De NZa benoemt zelf dat paramedici een belangrijke rol hebben in de transitie naar passende zorg en kunnen helpen om de groeiende zorgvraag in de eerstelijn op te vangen en, waar mogelijk, duurdere tweedelijnszorg te voorkomen.
Maar passende zorg ontstaat niet vanzelf. Het vraagt om kennis en richtlijnen, om het kunnen aantonen van kwaliteit en doelmatigheid, om goede gegevens en vooral ook om organisatie. Paramedici moeten lokaal en regionaal kunnen meedoen aan de afspraken over zorg: vanuit hun eigen monodisciplinaire netwerken én vanuit paramedische samenwerkingsverbanden.
Juist daar zien we nog een mismatch. De opdracht aan de sector groeit sneller dan de structurele mogelijkheden om die opdracht te organiseren. Deelname aan regionale overleggen, het ontwikkelen en implementeren van kwaliteitsbeleid, gegevensregistratie en samenwerking zijn geen activiteiten naast de zorg. Ze zijn steeds meer een voorwaarde geworden om passende zorg überhaupt te kunnen leveren.
Er zijn gelukkig belangrijke investeringen. Voor passende zorg is in 2027 €16,5 miljoen beschikbaar en voor regionale samenwerking en zorgvernieuwing €12,6 miljoen. Voor versterking van samenwerking en organisatie in de eerstelijn is €2 miljoen beschikbaar. Ook wordt geïnvesteerd in kennis en digitalisering. Het programma voor kennis en kwaliteit in de paramedische zorg omvat €10 miljoen meerjarig. De specifieke €1,9 miljoen voor gegevensuitwisseling en dataverzameling in de paramedie betreft 2026; daarnaast investeert het kabinet in 2027 breder in standaardisatie en elektronische gegevensuitwisseling in de zorg.
Dat zijn belangrijke bouwstenen. Tegelijkertijd is de kennis- en organisatie-infrastructuur van de paramedische sector nog volop in ontwikkeling, terwijl van professionals nu al wordt verwacht dat zij aan de eisen van passende zorg voldoen. Daar gaat het flink knellen. Voor de NVD is dat een belangrijk aandachtspunt voor de komende periode.
Wat betekent dit voor de diëtetiek?
Voor diëtisten is die vraag heel concreet. De NZa voert momenteel, na de onderzoeken naar onder meer fysiotherapie, logopedie en ergotherapie, onderzoek uit naar de markt voor diëtetiek. De onderzoeken zijn gestart na signalen over knelpunten in de paramedische sector en moeten inzicht geven in marktontwikkelingen en de oorzaken van mogelijke druk op de toegankelijkheid van zorg.
De NVD vindt het belangrijk dat daarin zichtbaar wordt wat specifiek voor de diëtetiek speelt. Niet alleen de tarieven zijn relevant. Het gaat ook om contractering, beschikbare behandelcapaciteit, administratieve lasten, de positie van diëtisten in ketens en regio’s, de lastenstijging en de ruimte om te investering in innovatie en om persoonsgerichte en aantoonbaar effectieve zorg te leveren.
Ook buiten de eerstelijn voelen diëtisten de druk. Vanuit instellingen en ziekenhuizen krijgen we onophoudelijke signalen over minder beschikbare capaciteit terwijl patiënten complexer worden. Juist dan is het belangrijk de waarde van voedingszorg niet pas te zien als behandeling nodig is, maar door de hele keten: van preventie en vroegsignalering tot behandeling, herstel en het voorkomen van complicaties.
Gezonde voeding gaat over méér dan overgewicht
Positief is de nadrukkelijke aandacht voor preventie en gezonde voeding. Zo maakt het kabinet vanaf 2027 €23,2 miljoen vrij voor gratis schoolfruit, oplopend tot €80 miljoen structureel vanaf 2032. Daarbij is het wel belangrijk dat gezond fruit ook daadwerkelijk door kinderen geconsumeerd wordt en dat vraagt aandacht en begeleiding van ondermeer kinderdietisten. Daarnaast is in 2027 circa €33,1 miljoen beschikbaar voor gezonde leefstijl, gezonde voeding en gezond gewicht, onder andere via het Voedingscentrum, JOGG en Gezonde School. Dat is een investering die wij verwelkomen. Een gezonde voedselomgeving begint vroeg en het gemakkelijker maken van de gezonde keuze is essentieel.
Maar goede voeding gaat niet alleen over het voorkomen van overgewicht. Ook te weinig of onvoldoende passende voeding heeft grote gevolgen voor gezondheid, herstel, zelfstandigheid en kwaliteit van leven. Ondervoeding bij ziekte en ouderdom is een omvangrijk maatschappelijk probleem. De NVD en het Voedingscentrum hebben daarom samen met een brede groep partijen de Agenda Ondervoeding NL ontwikkeld. In de VWS-begroting voor 2027 zien we geen specifieke financiële impuls terug voor een landelijk programma rond ondervoeding. Voor de NVD is dat een belangrijk aandachtspunt. Zeker in een vergrijzende samenleving en in een zorgstelsel dat mensen langer thuis wil laten wonen en eerder na een ziekenhuisopname naar huis stuurt, horen het voorkómen, tijdig signaleren en behandelen van ondervoeding bij een volwaardig preventiebeleid.
Van ambitie naar uitvoering
De beweging die uit deze Prinsjesdagstukken spreekt biedt veel aanknopingspunten: investeren in preventie, de beweging naar de voorkant, passende zorg, digitalisering en meer samenwerking rondom de patiënt. Diëtisten en andere paramedici staan klaar om daarin hun verantwoordelijkheid te nemen. Het is belangrijk om er voor te zorgen dat de infrastructuur, organisatie en financiering die professionals nodig hebben om dat te kunnen doen, gelijke tred houden met wat er van hen wordt gevraagd.
Want passende zorg vraagt niet alleen om andere zorg. Het vraagt ook om passende randvoorwaarden. De Miljoenennota biedt daarvoor op dit moment te weinig houvast.