Nieuwe Schijf van Vijf: minder kaas, meer linzen
Donderdag 9 april 2026
Het Voedingscentrum heeft op 9 april 2026 de vernieuwde Schijf van Vijf gepresenteerd. De bekende vijf vakken blijven visueel ongewijzigd, maar in het advies zijn grote verschuivingen doorgevoerd. Vooral de aanbevolen hoeveelheden vlees, kaas en peulvruchten zijn flink aangepast. Duurzaamheid speelt daarin een even belangrijke rol als gezondheid.
Belangrijkste wijzigingen volwassenen (18-50 jaar)
- Maximaal 300 gram vlees per week (was voorheen: 500 gram), waarvan niet meer dan 100 gram rood vlees.
Het advies voor rood vlees ligt daarmee lager dan de 200 gram die de Gezondheidsraad eind 2025 adviseerde in de Richtlijnen goede voeding 2025. - Peulvruchten: 250 gram per week (was voorheen 120-180 gram).
- Kaas: 20 gram per dag (was voorheen 40 gram).
- Zuivel en verrijkte zuivelalternatieven: 400 ml per dag (was voorheen 2-3 porties, nu concreet volume en met nadruk op afwisseling).
- Eieren: 4 per week (was voorheen 2-3).
- Noten: 30 gram per dag (was vorheen 25 gram).
De adviezen voor groente, fruit, volkorenproducten en vis blijven vrijwel ongewijzigd.
Plantaardig krijgt de voorkeur
De eiwitverhouding in de vernieuwde Schijf van Vijf is voor wie vlees en vis eet verschoven naar 60 procent plantaardig en 40 procent dierlijk. Voorheen was dat fiftyfifty. Het Voedingscentrum benadrukt dat deze verschuiving bijdraagt aan zowel gezondheid als een lagere milieubelasting.
Meer ruimte voor eigen eetvoorkeuren
De online tool ‘Schijf van Vijf voor jou’ is ook verder uitgebreid. Gebruikers kunnen nu ook kiezen voor een advies zonder vlees, zonder vis, volledig plantaardig of met weinig brood. Wel waarschuwt het Voedingscentrum dat een volledig plantaardig patroon niet voor alle leeftijdsgroepen zonder meer toereikend is. Voor kinderen, ouderen, zwangeren en vrouwen die borstvoeding geven wordt begeleiding door een diëtist aanbevolen.
Gezondheid, duurzaamheid én veiligheid
De vernieuwde Schijf is tot stand gekomen in samenwerking met het RIVM en is gebaseerd op de nieuwste inzichten over gezondheid, milieubelasting en voedselveiligheid. Bij de berekeningen is niet alleen gekeken naar voedingsstoffen en ziektepreventie, maar ook naar broeikasgasuitstoot, watergebruik en blootstelling aan schadelijke stoffen zoals PFAS en zware metalen.
Het Voedingscentrum stelt dat alle doorgerekende eetpatronen zo gezond mogelijk zijn, een lage milieubelasting hebben en rekening houden met veilige grenzen. Daarmee wordt niet alleen goed gezorgd voor de eigen gezondheid, maar ook voor de wereld om ons heen en voor toekomstige generaties.
Praktijk versus theorie
Het Voedingscentrum erkent dat de nieuwe adviezen voor veel mensen een flinke stap zijn. Niemand hoeft echter alles tegelijk te doen. Kleine en haalbare veranderingen werken het beste, zoals een vleesvervanger in plaats van vlees of een eetwissel van witbrood naar volkorenbrood. Een kleine verandering wordt nu eenmaal sneller een nieuwe gewoonte dan een volledige omslag in één keer.