Maatwerk in voeding voor niertransplantatiepatiënten
Woensdag 29 april 2026
Een donornier biedt een nieuwe kans op leven, maar brengt tegelijkertijd een leven lang verhoogde gezondheidsrisico’s met zich mee. Wat patiënten na een niertransplantatie eten, speelt een belangrijke rol. Dat blijkt uit onderzoek van Sietske Doorenbos, arts-onderzoeker interne geneeskunde aan het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG). Zij promoveerde op 1 april op dit onderwerp.
Structurele tekorten
Uit haar studie blijkt dat de meerderheid van de niertransplantatiepatiënten structureel te weinig groente, fruit en vezels eet. Vooral een tekort aan vitamine C komt veel voor, waarbij meer dan de helft een inadequate of deficiente vitamine C-status had.
Een eerder onderzoek toonde al aan dat mensen met nierschade structureel lagere vitamine C-waarden in hun bloed hebben.
Eiwit op lange termijn
Volgens de behandelingsrichtlijnen geldt in de eerste drie maanden na een niertransplantatie een verhoogd eiwitadvies van 1,2 tot 1,5 gram per kilogram lichaamsgewicht.
Doorenbos vermoedt dat de verhoogde eiwitbehoefte niet beperkt blijft tot de eerste herstelmaanden. In haar onderzoek zag ze dat niertransplantatiepatiënten die relatief weinig eiwit aten, zelfs als ze (nog) niet ondervoed leken, een hogere sterftekans hadden. Vooral vrouwen bleken in dat opzicht extra kwetsbaar.
Daarnaast richtte ze zich op creatine, een stof die helpt bij het snel leveren van energie aan de spieren. Hogere creatinewaarden in de spieren bleken samen te gaan met een betere overlevingskans, vooral bij vrouwen.
De vraag om maatwerk
Samenvattend wijzen de bevindingen volgens Doorenbos richting een voedingspatroon dat eiwitrijk en grotendeels plantaardig is, mogelijk aangevuld met vitamine C en creatine.
Hoe dat er voor een individuele patiënt concreet uitziet, hangt af van veel factoren, waaronder het geslacht van de patiënt, en vraagt om specifiek maatwerk van de diëtist.
Een kwetsbare groep
Na een transplantatie herkent het immuunsysteem de donornier als lichaamsvreemd en zet een afstotingsreactie in gang. Om dit te onderdrukken, gebruiken patiënten levenslang immunosuppressiva. Deze medicatie kent echter bijwerkingen: een verhoogd risico op infecties, diabetes type 2, hart- en vaatziekten, huidkanker en botontkalking.
Daarom is gespecialiseerde dieetbegeleiding een vast onderdeel van de nazorg. De behandelrichtlijnen schrijven voor dat elke niertransplantatiepatiënt wordt begeleid door een gespecialiseerde diëtist.