Ga door naar hoofdcontent
misc/arrow-dots-black Nieuwsmisc/arrow-dots-blackAdvies bij eetstoornis kan niet duidelijk genoeg zijn

Advies bij eetstoornis kan niet duidelijk genoeg zijn

Zaterdag 9 oktober 2021Afbeelding Advies bij eetstoornis kan niet duidelijk genoeg zijn

Het aantal jongeren met een eetstoornis nam de afgelopen tijd explosief toe. Voornamelijk door corona en de daarmee gepaarde onzekerheid. Vanuit een behoefte aan controle ontwikkelen kinderen soms een eetstoornis. Ook in het Isala ziekenhuis in Zwolle leidde dat tot meer jongeren met anorexia op de kinderafdeling.
Korrie Vrolijk gaf hierover een presentatie op de diëtistendagen.

In het Isala Ziekenhuis in Zwolle hebben ze een duidelijk behandelprotocol, met criteria voor opname en multidisciplinaire afspraken. Ook met de GGZ. Maar door de enorme toename van jongeren met deze problematiek, staat dat soms onder druk. Diëtist Korrie Vrolijk werkt op de kinderafdeling. “Omdat er momenteel wachtlijsten zijn voor deze kinderen in de GGZ, worden veel patiënten doorverwezen naar diëtisten in de eerste lijn. Kinderen moeten soms wel drie maanden op een behandeling bij de GGZ wachten, en tot die tijd moet de eerstelijn de zorg voor deze patiënten opvangen.” Als de begeleiding door de diëtist niet het gewenste resultaat heeft komen deze kinderen terecht op de kinderafdeling. “In Zwolle kunnen we twee kinderen met een eetstoornis opnemen. Deze jongeren proberen we zo snel mogelijk weer op een veilig gewicht te krijgen. Dat is nadrukkelijk niet het streefgewicht. Ook noemen we richting de kinderen nooit een getal, we werken met doelen per week. Denk daarbij aan een halve kilo per week aankomen bij zelf eten en een hele kilo bij sondevoeding. Verder worden er afspraken gemaakt over bedrust, bezoek, en de lengte van de maaltijd. De patiënten worden twee keer per week gewogen, als ze aankomen in gewicht krijgen ze meer vrijheden. Een opname duurt gemiddeld ongeveer vier tot zes weken.” Vrolijk schetste een aantal aandachtspunten uit de behandeling.

Vrolijk werkt bij deze patiëntengroep met advies op maat. Het liefst bestaande uit normale voeding, vaak (gedeeltelijk) sondevoeding, later eventueel te vervangen door drinkvoeding. Sondevoeding wordt altijd gegeven in porties over de dag. Om de patiënt niet onnodig te belasten, mag de sonde tussendoor blijven zitten.
Ze benadrukt dat het voedingsadvies aan deze patiëntengroep zeer duidelijk, ondubbelzinnig moet worden opgeschreven. Want is ‘water met ijsblokjes’ water met aparte ijsblokjes, of water met daarin ijsblokjes. Voor een patiënt met een eetstoornis kan het niet duidelijk genoeg zijn. “Eventuele keuzemogelijkheden beschrijven in een advies kan fijn zijn, maar soms ook bij de patiënt zorgen voor onzekerheid en keuzestress. En bij twee tot drie eetlepels muesli, kiezen ze altijd voor twee.”
Vrolijk overweegt vanwege de werkdruk om ook te gaan werken met een standaardlijst. Dat zorgt dan ook aan het begin van de opname dat er gelijk een voedingsadvies ligt. Eventueel kan dan later met de patiënt kan worden besproken of er aanpassingen gewenst zijn.