Ga door naar hoofdcontent
misc/arrow-dots-black Literatuurmisc/arrow-dots-blackRecensie: Wie moet je nog geloven?

Recensie: Wie moet je nog geloven?

Een nuchter kompas in de voedingsjungle
CategorieBoeken
Datum24/09/2026
Auteurs
Esther van Etten, Joris Lohman
ISBN9789000404384
Afbeelding voor Recensie: Wie moet je nog geloven?

Met Wie moet je nog geloven? leveren Joris Lohman en Esther van Etten een bijzonder actueel boek af voor iedereen die weleens twijfelend door de supermarkt loopt. In een tijd waarin influencers, voedingsgoeroes, voedselactivisten en marketeers elkaar verdringen met stellige adviezen, kiezen de auteurs bewust voor nuance. Hun centrale boodschap is verrassend eenvoudig: gezond en duurzaam eten hoeft niet perfect te zijn, maar vraagt vooral om gezond verstand.

Het boek leest prettig doordat Lohman en Van Etten de lezer meenemen op een soort “supermarktsafari”. Terwijl zij langs schappen met tomaten, eiwitshakes, avocado’s en ontbijtgranen lopen, ontleden ze claims, keurmerken en marketingtrucs. Deze praktische aanpak maakt het boek toegankelijk en herkenbaar. Vrijwel iedereen heeft immers weleens staan twijfelen tussen biologisch en gangbaar, tussen een product met Nutri-Score A of B, of tussen een eenvoudig pak havermout en een hip influencermerk dat vijf keer zoveel kost.

Een sterke kwaliteit van het boek is dat het niet vervalt in zwart-witdenken. De auteurs laten bijvoorbeeld zien dat biologisch telen voordelen biedt voor biodiversiteit en bodemkwaliteit, maar tegelijkertijd minder opbrengst per hectare kent. Ook wijzen zij erop dat een label als “geen toegevoegde suiker” niet automatisch betekent dat een product weinig suiker bevat. De beroemde aardappel die soms een Nutri-Score B krijgt terwijl sterk bewerkte proteïnechips een A kunnen krijgen, is een voorbeeld dat de verwarring rondom voedingsinformatie treffend illustreert.

Het meest overtuigend zijn de hoofdstukken waarin populaire voedingsfabels worden ontkracht. Zo rekenen de auteurs af met het idee dat het perfecte dieet bestaat, dat je voor een gezond leven grote hoeveelheden eiwitten nodig hebt of dat brood per definitie dik maakt. Hun uitleg over de huidige “eiwithype” is bijzonder verhelderend. Terwijl supermarkten worden overspoeld met eiwitkwark, eiwitrepen en eiwitbeschuit, laten zij zien dat de meeste mensen hun eiwitbehoefte prima kunnen dekken met gewone voeding zoals yoghurt, brood, noten, peulvruchten, vlees of vis.

Ook het hoofdstuk over supplementen behoort tot de sterkste onderdelen van het boek. Van Etten zet helder uiteen waarom miljoenen Nederlanders geld uitgeven aan magnesium, omega 3 en multivitaminen zonder dat daar vaak een medische noodzaak voor bestaat. Haar conclusie is even eenvoudig als confronterend: gezonde voeding blijft de belangrijkste bron van vitaminen en mineralen, terwijl supplementen vooral zin hebben bij aantoonbare tekorten.

Interessant is daarnaast de aandacht voor duurzaamheid. Lohman toont overtuigend aan waarom duurzaam eten vaak ingewikkelder is dan het lijkt. Een avocado uit Spanje of Colombia, biologische of gangbare groenten, lokale of geïmporteerde producten: telkens blijkt de werkelijkheid genuanceerder dan de slogans op verpakkingen suggereren. Daarbij wint het boek aan geloofwaardigheid doordat de auteurs zelf geregeld erkennen dat er geen eenvoudige antwoorden bestaan.

Een mooi voorbeeld van de menselijke toon is hun pleidooi voor de zogenoemde “baseline”: een persoonlijk uitgangspunt voor voeding en gezondheid. In plaats van strenge diëten of verboden producten adviseren zij om inzicht te krijgen in wat je daadwerkelijk eet, hoeveel energie je nodig hebt en welke kleine verbeteringen mogelijk zijn. Dat maakt hun benadering realistisch en duurzaam. Een pak koekjes in de boodschappentas mag best, zolang de basis op orde is.

Toch heeft het boek ook een beperking. Soms worden de auteurs zo enthousiast in hun ontmaskering van misinformatie dat de herhaling enigszins toeslaat. De boodschap dat nuance belangrijker is dan absolute waarheden komt regelmatig terug. Voor sommige lezers had het boek daardoor iets korter en strakker gekund.

Die kanttekening doet echter weinig af aan de waarde van dit werk. Wie moet je nog geloven? is geen dieetboek, geen pamflet tegen de voedingsindustrie en ook geen handboek voor duurzaamheid. Het is vooral een prettig geschreven gids voor de verwarde consument die snakt naar overzicht. Lohman en Van Etten slagen erin wetenschap, praktijkervaring en gezond verstand samen te brengen in een boek dat geruststelt zonder naïef te zijn.

Een aanrader voor iedereen die minder wil luisteren naar de luidste stem op sociale media en meer wil begrijpen hoe gezonde en duurzame keuzes werkelijk tot stand komen.

Lohman, Joris & Van Etten, Esther. Wie moet je nog geloven? Normaal eten in een wereld vol mening en marketing. Amsterdam: Uitgeverij Spectrum, 2026. ISBN 9789000404384.

Meldpunt Misleidende Voedingsadviezen: orde in de voedingschaos

Een van de centrale boodschappen van Esther van Etten en Joris Lohman in Wie moet je nog geloven is dat consumenten steeds vaker verdwalen in een wirwar van voedingsclaims, influencers, supplementenverkopers en zelfverklaarde experts. Juist om die reden heeft de Nederlandse Vereniging van Diëtisten (NVD) het Meldpunt Misleidende Voedingsadviezen opgericht.

Zie je een misleidende voedingsclaim?

Consumenten en professionals kunnen bij het meldpunt terecht wanneer zij voedingsadviezen tegenkomen die mogelijk misleidend, onbewezen of onjuist zijn.

Denk bijvoorbeeld aan:

  • Voedingsclaims die niet wetenschappelijk onderbouwd zijn.
  • Influencers of aanbieders die zich presenteren als deskundige zonder de juiste opleiding of registratie.
  • Detoxkuren, crashdiëten of dure voedingsonderzoeken die grote gezondheidsbeloften doen zonder overtuigend bewijs.
  • Claims als: “Dit dieet geneest kanker” of “Met dit supplement val je gegarandeerd af.”

Waarom is dit belangrijk?

Volgens de NVD kunnen onjuiste voedingsadviezen leiden tot gezondheidsrisico’s, valse verwachtingen en onnodige kosten. Met de verzamelde meldingen wil de vereniging patronen zichtbaar maken en hierover in gesprek gaan met toezichthouders, beleidsmakers en consumentenorganisaties.

Een melding doen

Gezonde basis

De NVD benadrukt dat voor de meeste mensen een voedingspatroon volgens de Schijf van Vijf nog altijd de beste basis vormt. Mensen met een specifieke aandoening kunnen daarbij baat hebben bij begeleiding door een geregistreerde diëtist.

Wie houdt toezicht?

Afhankelijk van de aard van de claim kunnen ook andere instanties betrokken zijn:

  • NVWA: claims op voedingsmiddelen en supplementen
  • College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG): claims over medicijnen
  • Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ): medische zorgclaims
  • Reclame Code Commissie (RCC): misleidende reclame

Meer informatie: www.nvdietist.nl

“Wie moet je nog geloven?” vraagt het boek. De NVD voegt daar een praktische vervolgvraag aan toe: als een voedingsclaim te mooi klinkt om waar te zijn, meld het dan.

Auteurs

Afbeelding voor Hans Kraak

Hans Kraak