Ga door naar hoofdcontent
misc/arrow-dots-black Artikelenmisc/arrow-dots-blackZiekteverloop na dikkedarmkanker: de rol van zuivel- en vleesconsumptie
Proefschrift Anne-Sophie van Lanen

Ziekteverloop na dikkedarmkanker: de rol van zuivel- en vleesconsumptie

Maandag 8 juni 2026Afbeelding Ziekteverloop na dikkedarmkanker: de rol van zuivel- en vleesconsumptie

Kunnen voedingskeuzes na een diagnose dikkedarmkanker het verschil maken in het ziekteverloop? Die vraag staat centraal in het proefschrift van Anne-Sophie van Lanen, waarop zij vandaag (8 juni) promoveert aan Wageningen Universiteit. Haar onderzoek werpt nieuw licht op de rol van zuivel en vlees in de prognose van patiënten met stadium I–III dikkedarmkanker. Voor diëtisten die deze groeiende patiëntengroep begeleiden, biedt dit onderzoek waardevolle inzichten.

De relatie tussen voeding en het ontstaan van dikkedarmkanker is inmiddels goed onderbouwd. Zo wordt zuivelconsumptie in verband gebracht met een lager risico op dikkedarmkanker, terwijl bewerkt en rood vlees juist risicofactoren zijn. Maar of diezelfde voedingsfactoren ook invloed hebben op wat er ná de diagnose gebeurt, zoals het risico op recidief en vroegtijdige sterfte, was lange tijd onduidelijk.

Anne-Sophie van Lanen

Van Lanen analyseerde gegevens uit twee grote Nederlandse cohortstudies (COLON en PLCRC-PROTECT), waarin patiënten met stadium I–III dikkedarmkanker hun voeding van zowel vóór als na diagnose rapporteerden. Naast het risico op algehele vroegtijdige sterfte, kon zij daarmee voeding in relatie tot het risico op recidief onderzoeken, én kon ze verschillen tussen patiëntgroepen bestuderen.

“Het doel van dit onderzoek is om bij te dragen aan de ontwikkeling van voedingsrichtlijnen die afgestemd zijn op dikkedarmkanker én op het individu. Daarmee willen we zorgverleners handvaten bieden om mensen die gemotiveerd zijn om hun leefstijl na diagnose te veranderen, beter te ondersteunen.”, aldus van Lanen.

Vetgehalte zuivel

Een van de belangrijkste bevindingen in de studie betreft zuivel. Niet alleen de totale hoeveelheid zuivel, maar ook het type blijkt relevant.

Een hogere inname van magere en halfvolle zuivelproducten, zoals magere en halfvolle melk, yoghurt en kwark, hing samen met een lager risico op sterfte. Dit gold zowel voor de inname in de periode vóór als na diagnose. Daarnaast werd een hogere inname vóór diagnose ook geassocieerd met een lager risico op recidief.

Daartegenover staat volle zuivel, zoals volle melk, kaas en roomproducten. Hierbij werd een tegenovergestelde tendens gezien: een hogere inname hing samen met een hoger risico op vroegtijdige sterfte.

Calcium en vet

Een mogelijke verklaring voor een gunstig verband tussen zuivel en ziekteverloop na diagnose ligt volgens van Lanen onder andere in de aanwezigheid van calcium, dat in zuivel een beschermende rol kan spelen in de darm. In volle zuivel zou het kunnen zijn dat de verzadigde vetzuren calcium wegvangen, en daarmee de beschermende werking van calcium in de darm verminderen, maar verder onderzoek moet uitwijzen of dit daadwerkelijk een rol speelt.

Voor de diëtistische praktijk lijkt mogelijk met name het onderscheid tussen vetarme en volle zuivel belangrijk, meer nog dan de totale zuivelinname.

Verschillen per patiëntgroep

Interessant is dat de verbanden tussen zuivel en ziekteverloop niet voor iedereen gelijk waren in het onderzoek van van Lanen. ”We zagen in ons onderzoek dat magere en halfvolle zuivel vooral in mannen samenhing met een lager risico op recidief. Het zou kunnen dat de verminderde opname van calcium na de menopauze in vrouwen hier een rol in speelt’’, licht van Lanen toe.

Ook de tumorlocatie is mogelijk van invloed. Zo werd een hogere inname van volle zuivel vooral geassocieerd met een hoger recidiefrisico in mensen met colonkanker, maar niet in mensen met rectumkanker. Dit onderstreept dat dikkedarmkanker geen uniforme ziekte is en dat voedingsadvies mogelijk baat heeft bij verdere individualisering.

Vleessoorten

De bevindingen rond de inname van vlees zijn volgens van Lanen genuanceerd. Ondanks de sterke relatie tussen rood en bewerkt vlees en het ontstaan van dikkedarmkanker, werden in dit proefschrift geen duidelijke verbanden gevonden tussen deze producten en recidief of sterfte na de diagnose. “Maar, zolang we niet kunnen verklaren waarom rood en bewerkt vlees anders lijken samen te hangen met het ziekteverloop dan met het ontstaan van dikkedarmkanker, is het belangrijk om deze resultaten voorzichtig te interpreteren”, aldus van Lanen.

Voor het eerst keek van Lanen ook naar onbewerkt gevogelte (zoals kip), naast rood en bewerkt vlees, in relatie tot recidief en vroegtijdige sterfte na dikkedarmkanker.  En dat was opvallend: een hogere inname van onbewerkt gevogelte werd geassocieerd met een lager risico op sterfte, waarbij een optimale inname rond de 20 gram per dag lag.

Praktische implicaties

Wat kunnen diëtisten met deze inzichten? Allereerst bevestigt het proefschrift dat voeding potentieel een rol kan spelen in de prognose na dikkedarmkanker, hoewel er nog geen specifieke aanbevelingen zijn voor mensen met dikkedarmkanker. “Dit onderzoek laat zien dat mensen met dikkedarmkanker baat kunnen hebben bij voedingsrichtlijnen die specifiek afgestemd zijn op hun ziekte. Mogelijk kan verdere toespitsing van richtlijnen, bijvoorbeeld op basis van geslacht en tumorlocatie, ook bijdragen aan een betere prognose.”, aldus van Lanen. 

Uit het proefschrift komen de volgende inzichten naar voren:

  • Het bevorderen van magere en halfvolle zuivelinname lijkt zinvol binnen een gezond voedingspatroon voor mensen met dikkedarmkanker.
  • Beperking van volle zuivel kan mogelijk bijdragen aan een betere prognose.
  • Gevogelte kan een geschikte dierlijke eiwitbron zijn, mogelijk gunstiger dan rood of bewerkt vlees.
  • Persoonlijke factoren zoals geslacht en tumorlocatie verdienen aandacht bij voedingsadvies.

Tegelijkertijd blijft voorzichtigheid geboden: het gaat om observationeel onderzoek, waarin geen causaal verband kan worden vastgesteld.

Conclusie

Het proefschrift van van Lanen laat zien dat voeding na een diagnose dikkedarmkanker meer is dan ondersteuning van de algemene gezondheid; het kan mogelijk invloed hebben op de ziekte-uitkomst zelf. Vooral de samenstelling van zuivelconsumptie springt eruit: mager en halfvol lijkt gunstig, vol juist minder. Tegelijkertijd onderstrepen de resultaten de noodzaak van vervolgonderzoek om deze observaties te bevestigen en te vertalen naar concrete richtlijnen die zijn afgestemd op dikkedarmkanker en op het individu.

Volledige proefschrift:

Anne-Sophie van Lanen (2026). Health at Steak: Dairy and meat consumption and the risk of cancer recurrence and mortality in subgroups of individuals with colorectal cancer. Wageningen University.

Auteurs

Afbeelding voor Hans Kraak

Hans Kraak