Hoe eetpatronen op jonge leeftijd toekomstig gedrag bepalen
Maandag 19 januari 2026
Op 21 januari 2026 promoveert Viyan Rashid aan de Vrije Universiteit Amsterdam met het proefschrift “Dietary Patterns in Children: Associations with ethnicity, socioeconomic position, BMI and body composition”. Dit onderzoek, uitgevoerd binnen de Amsterdam Born Children and their Development (ABCD)-studie, werpt nieuw licht op hoe voeding, sociaaleconomische positie en etniciteit samenhangen met het gewicht en de gezondheid van kinderen.
Voeding in de kindertijd legt de basis voor gezondheid op latere leeftijd. Toch zijn er al op jonge leeftijd grote verschillen tussen kinderen: kinderen uit lagere sociaaleconomische groepen en niet-westerse gezinnen hebben vaker ongezonde eetpatronen en een hoger risico op overgewicht. Tegelijkertijd neemt ondergewicht toe bij kinderen uit hogere groepen met een hogere SEP (Sociaaleconomische positie). Rashid onderzocht hoe deze patronen ontstaan en wat hun invloed is op de ontwikkeling van BMI en lichaamssamenstelling.

Het onderzoek in cijfers
- Populatie: 2.782 kinderen uit het ABCD-cohort.
- Meetmomenten: Voeding op 5 jaar; BMI en lichaamssamenstelling op 5, 10 en 12 jaar.
- Methoden: Voedingspatronen werden bepaald via drie benaderingen: data-gedreven (via PCA: Principal Component Analyse), richtlijn-gebaseerd (dieetkwaliteitsscore) en een hybride methode (Reduced Rank Regression).
Wat kwam naar voren?
Vier duidelijke voedingspatronen op 5-jarige leeftijd:
- Snacking: veel zoete en hartige snacks, frisdrank, weinig volkorenproducten.
- Full-fat: veel volvette zuivel en spreads.
- Meat: veel vlees en sauzen.
- Healthy: veel water/thee, groente, fruit en vis.
Snacking en full-fat
Kinderen van Turkse afkomst scoorden hoog op snacking en full-fat, Surinaamse kinderen op het meat-patroon. Lage SEP ging samen met meer snacks en minder gezonde keuzes. Opvallend: een “gezond” patroon op 5 jaar hing samen met een hogere BMI op 10 jaar, terwijl een full-fat patroon juist met een lagere BMI geassocieerd was. Dit laat zien dat de relatie tussen voeding en gewicht complexer is dan gedacht.
Daarnaast bleek de dieetkwaliteit van kinderen gemiddeld suboptimaal (score 4,8 op een schaal van 0-10). Kinderen met een hogere score hadden op 12-jarige leeftijd een lager BMI en minder vetmassa, onafhankelijk van sociaaleconomische en leefstijlfactoren.
Wat betekent dit voor diëtisten?
- Gerichte interventies: Focus op gezinnen met lage SEP en etnische minderheden.
- Brede aanpak: Niet alleen kennisoverdracht, maar ook aandacht voor financiële en omgevingsfactoren.
- Vroeg beginnen: Voedingspatronen op jonge leeftijd zetten de toon voor latere gezondheid.
Het onderzoek van Viyan Rashid benadrukt dat voedingsadvies maatwerk moet zijn, afgestemd op culturele en sociaaleconomische context. Meer informatie vind je op de website van de ABCD-studie, of via het volledige proefschrift:








