“Samenwerking begint vaak gewoon met elkaar leren kennen”
Maandag 19 oktober 2026
Met zijn verbindende kwaliteiten, actieve betrokkenheid bij het vak en onderzoek naar de samenwerking tussen diëtisten en fysiotherapeuten behaalde Mohammed Akminasi een derde plaats bij de verkiezing Student van het Jaar 2026. Volgens de jury weet hij mensen en perspectieven bij elkaar te brengen en laat hij zien hoe belangrijk samenwerking is voor de toekomst van de gezondheidszorg. In dit interview vertelt Mohammed over zijn ontwikkeling tijdens de opleiding, zijn rol als voorzitter van de studentenraad van de NVD en zijn ambitie om de verbinding tussen zorgprofessionals verder te versterken.
Welke betekenis heeft deze nominatie en derde plaats voor jou?
De nominatie alleen vond ik al heel bijzonder. Je bent tijdens je studie vooral bezig met leren, stages lopen, projecten doen en jezelf ontwikkelen. Je staat er dan niet dagelijks bij stil of anderen zien hoeveel tijd en energie je ergens in steekt. Dat deze inzet uiteindelijk op deze manier wordt gezien en gewaardeerd, betekent daarom veel voor mij.
De derde plaats voelt voor mij als een mooie bevestiging dat ik op de goede weg zit. Niet alleen inhoudelijk als toekomstig diëtist, maar ook in de manier waarop ik mij buiten de opleiding heb ingezet. Ik heb altijd geprobeerd om kansen te pakken, mee te denken en actief betrokken te zijn bij het vak. Deze erkenning geeft mij vooral extra motivatie om daar in de toekomst mee door te gaan.
Wat vind je het mooiste compliment uit het juryrapport?
Dat mijn verbindende kwaliteiten werden genoemd, vond ik denk ik het mooiste compliment. Kennis kun je opdoen en vaardigheden kun je trainen, maar hoe je met mensen omgaat en hoe je samenwerking tot stand brengt, zegt voor mij veel over wie je bent als professional.
Ik vind het belangrijk dat mensen zich gehoord voelen en dat er ruimte is voor verschillende ideeën. Dat de jury juist dat aspect heeft gezien, vond ik heel waardevol.
Voel je jezelf een ambassadeur van het vak? Waarom wel of niet?
Ja, ik denk van wel. Ik merk dat ik graag vertel over het vak en ook graag laat zien hoe breed diëtetiek eigenlijk is. Veel mensen denken bij een diëtist nog steeds vooral aan afvallen of voedingsschema’s, terwijl voeding op veel meer gebieden een belangrijke rol speelt, bijvoorbeeld bij herstel, preventie, chronische ziekten en kwaliteit van leven.
Ik vind het mooi om dat bredere beeld uit te dragen. Niet op een manier van: kijk eens hoe belangrijk wij zijn, maar juist door te laten zien wat onze expertise kan toevoegen binnen een team en voor een patiënt. Als ik eraan kan bijdragen dat mensen beter begrijpen wat een diëtist doet, dan voelt dat voor mij wel als ambassadeurschap.
De jury noemt jouw verbindende kwaliteiten. Wat betekent verbinden voor jou?
Voor mij begint verbinden met luisteren. Echt proberen te begrijpen wat iemand bedoelt, wat iemand belangrijk vindt en vanuit welk perspectief die persoon kijkt. Mensen hoeven het niet altijd met elkaar eens te zijn, maar vaak is er wel ergens een gezamenlijk doel.
Ik vind het interessant om juist dat gezamenlijke punt te zoeken. Soms zijn mensen inhoudelijk best dicht bij elkaar, maar spreken ze een andere taal of kijken ze vanuit een andere rol. Door die perspectieven bij elkaar te brengen, ontstaat vaak meer begrip en uiteindelijk ook betere samenwerking.
Hoe heb je die rol ontwikkeld tijdens je opleiding?
Vooral door veel te doen naast de standaardonderdelen van mijn opleiding. In projecten, stages en binnen de studentenraad kwam ik steeds in situaties terecht waarin je met verschillende mensen moet samenwerken. Daardoor leer je automatisch om rekening te houden met verschillende meningen en belangen.
In het begin was ik misschien sneller geneigd om vooral mijn eigen idee goed over te brengen. Later heb ik geleerd dat goed samenwerken vaak begint met vragen stellen en eerst luisteren. Dat heeft mij denk ik het meest geholpen in die verbindende rol.
Wat heb je geleerd als voorzitter van de studentenraad van de NVD?
Heel veel. Een van de belangrijkste dingen die ik heb geleerd, is dat je als voorzitter niet degene hoeft te zijn die altijd het meeste praat. Soms is je rol juist om anderen ruimte te geven, de juiste vragen te stellen en ervoor te zorgen dat verschillende stemmen gehoord worden.
Daarnaast heb ik geleerd hoe waardevol het is als studenten actief betrokken worden bij hun beroepsgroep. Studenten kijken soms met een heel andere blik naar ontwikkelingen dan professionals die al jaren in het vak zitten. Juist die frisse blik kan iets toevoegen.
Ook persoonlijk heb ik er veel aan gehad. Ik ben zekerder geworden in het leiden van gesprekken, verantwoordelijkheid nemen en namens een groep spreken. Tegelijkertijd leer je ook dat je niet altijd iedereen tevreden kunt stellen en dat je soms keuzes moet maken.
Welke onderwerpen leven volgens jou onder de nieuwe generatie diëtisten?
Ik denk dat de nieuwe generatie heel breed kijkt naar het vak. Preventie en leefstijl zijn belangrijke thema’s, maar ook duurzaamheid, technologie en samenwerking met andere zorgprofessionals spelen steeds meer een rol.
Daarnaast merk ik dat veel jonge diëtisten bezig zijn met de vraag hoe we onze expertise beter zichtbaar kunnen maken. Niet vanuit de behoefte om andere disciplines te vervangen, maar juist om duidelijk te maken waar onze eigen meerwaarde ligt.
Mohammed Akminasi: “Veel mensen denken bij een diëtist nog steeds vooral aan afvallen of voedingsschema’s, terwijl voeding op veel meer gebieden een belangrijke rol speelt, bijvoorbeeld bij herstel, preventie, chronische ziekten en kwaliteit van leven.”
Ook onderwerpen als ondernemerschap, innovatie en nieuwe vormen van zorg spreken veel studenten aan. De diëtist van de toekomst werkt volgens mij niet alleen één-op-één met cliënten, maar kan ook een rol spelen binnen beleid, preventieprogramma’s, onderzoek en interprofessionele teams.
Je deed onderzoek naar samenwerking tussen diëtisten en fysiotherapeuten. Waarom koos je juist dat onderwerp?
Omdat voeding en beweging in de praktijk heel vaak met elkaar verbonden zijn. Denk bijvoorbeeld aan herstel na ziekte, overgewicht, spieropbouw, ouderenzorg of chronische aandoeningen. Toch merkte ik dat diëtisten en fysiotherapeuten niet altijd vanzelfsprekend met elkaar samenwerken.
Dat vond ik interessant. Beide disciplines kunnen vanuit hun eigen expertise veel bijdragen, maar wanneer je die kennis combineert, kun je iemand vaak completer begeleiden. Ik wilde daarom beter begrijpen wat samenwerking makkelijker maakt en waar professionals in de praktijk tegenaan lopen.
Wat waren de belangrijkste uitkomsten van je onderzoek?
Wat vooral naar voren kwam, is dat er meestal wel bereidheid is om samen te werken, maar dat goede samenwerking niet vanzelf ontstaat. Professionals moeten elkaar kennen, weten wat de ander precies doet en ook makkelijk contact met elkaar kunnen opnemen.
Een belangrijke drempel is soms dat disciplines onvoldoende weten van elkaars expertise. Dan weet je ook minder goed wanneer je iemand moet inschakelen of doorverwijzen. Alleen al meer inzicht in elkaars werkwijze kan daarom veel verschil maken.
Daarnaast bleek voor mij hoe belangrijk korte lijnen zijn. Wanneer mensen elkaar persoonlijk kennen of eenvoudig kunnen overleggen, wordt samenwerken veel vanzelfsprekender. Het hoeft dus niet altijd te beginnen met grote structuren of ingewikkelde systemen. Soms begint het gewoon bij elkaar leren kennen.
Waarom is samenwerken zo belangrijk in de huidige gezondheidszorg?
Omdat veel gezondheidsproblemen complex zijn en niet binnen één vakgebied passen. Voeding, beweging, gedrag, medicatie en sociale omstandigheden beïnvloeden elkaar allemaal.
Als iedere professional alleen vanuit zijn eigen stukje kijkt, bestaat het risico dat je belangrijke dingen mist. Door samen te werken krijg je een completer beeld van de patiënt en kun je behandelingen beter op elkaar afstemmen.
Daarnaast denk ik dat goede samenwerking ook voor de patiënt prettiger is. Uiteindelijk wil je voorkomen dat iemand van de ene zorgverlener iets hoort en van de andere weer iets heel anders. Goede afstemming zorgt voor duidelijkheid en vertrouwen.
Jullie vormen volgens de jury de nieuwe generatie diëtisten. Waar moeten vakgenoten volgens jou trots op zijn als ze naar de toekomst van de diëtetiek kijken?
Ik denk vooral op de breedte van het vak en op hoeveel mogelijkheden er nog liggen. Voeding raakt aan bijna ieder onderdeel van gezondheid: van preventie en herstel tot chronische zorg en kwaliteit van leven.
Wat ik mooi vind aan de nieuwe generatie, is dat veel jonge diëtisten niet alleen naar hun eigen vakgebied kijken. Er is veel interesse in samenwerking, innovatie, duurzaamheid en nieuwe vormen van zorg.
Tegelijkertijd blijft de kern hetzelfde: mensen helpen om voeding op een manier toe te passen die past bij hun gezondheid en hun leven. Als we die inhoudelijke basis combineren met nieuwe ideeën en goede samenwerking, denk ik dat het vak zich nog sterk verder kan ontwikkelen.








