Standpunt Eiwittransitie en de Diëtetiek
Donderdag 15 oktober 2026
De transitie naar een duurzamer voedselsysteem is een maatschappelijke opgave die ook de gezondheidszorg raakt. Voeding beïnvloedt de gezondheid van mensen, maar de productie en consumptie van voeding hebben ook gevolgen voor klimaat, biodiversiteit en het gebruik van natuurlijke hulpbronnen. De Green Deal Duurzame Zorg 3.0 vormt een belangrijk kader voor verduurzaming binnen de zorg.
De diëtetiek heeft binnen deze ontwikkeling een bijzondere positie. De diëtist beschikt over specifieke deskundigheid op het snijvlak van voeding en gezondheid en verbindt wetenschappelijke kennis over voeding aan de gezondheid, het functioneren, de mogelijkheden en de persoonlijke situatie van mensen.
De Nederlandse Vereniging van Diëtisten (NVD) onderschrijft de noodzaak van een toekomstbestendig en duurzaam voedselsysteem en ziet de eiwittransitie als onderdeel daarvan. Tegelijkertijd kan de eiwittransitie niet los worden gezien van gezondheid en adequate voedingszorg.
Dit standpunt beschrijft vanuit welke professionele uitgangspunten de NVD naar de eiwittransitie kijkt.
De verschuiving
Een verschuiving naar meer plantaardige en minder dierlijke eiwitbronnen kan voor grote groepen mensen bijdragen aan zowel gezondheid als duurzaamheid. Voor de diëtetiek staat daarbij voorop dat een voedingspatroon gezond, volwaardig, haalbaar en passend moet zijn bij de persoon om wie het gaat.
De generieke richting naar een verhouding van 60% plantaardige en 40% dierlijke eiwitten kan richting geven aan de eiwittransitie. Die verhouding is in de praktijk echter niet voor iedereen passend of haalbaar. Voor patiënten en voor andere mensen met een specifieke voedingsbehoefte, bijvoorbeeld door groei, zwangerschap of leeftijd, kunnen andere prioriteiten gelden.
Bij patiënten kunnen ziekte, behandeling, herstel, ondervoeding of een verhoogde energie- of eiwitbehoefte de voedingskundige afweging bovendien sterk beïnvloeden. De Handreiking voor ziekenhuizen en revalidatiecentra maakt daarom expliciet dat een algemene 60/40-verhouding niet zonder meer als doelstelling voor patiënten kan worden overgenomen en dat individuele beoordeling noodzakelijk kan zijn.
Persoonsgerichte voedingszorg gaat tegelijkertijd niet alleen over wat iemand nutritioneel nodig heeft. Ook wat iemand kan eten, wil eten en daadwerkelijk eet is van belang. Eetlust, smaak, verzadiging, voorkeuren, culturele achtergrond, levensovertuiging, financiële mogelijkheden en dagelijkse omstandigheden kunnen mede bepalen welk voedingspatroon passend is.
Een generieke maatschappelijke richting moet daarom steeds kunnen worden vertaald naar de situatie van individuele mensen en verschillende patiëntengroepen.
De professionele positie van de diëtetiek
De diëtetiek kijkt naar voeding vanuit gezondheid, participeren en functioneren van individuele mensen én van populaties. Duurzaamheid is daarbij een relevante dimensie, maar niet de enige.
Bij de beoordeling van een passend eiwitpatroon gaat het bovendien om meer dan de totale hoeveelheid eiwit. Ook de voedingskundige kwaliteit van de gekozen eiwitbronnen, de samenstelling van het totale voedingspatroon en de mate waarin iemand voldoende kan consumeren zijn relevant.
Dat is juist bij ziekte of kwetsbaarheid van belang. Plantaardige eiwitbronnen verschillen onderling en kunnen ook verschillen van dierlijke eiwitbronnen in onder meer verteerbaarheid, aminozuursamenstelling en eiwitdichtheid. Daarnaast kan een groter voedingsvolume voor mensen met een beperkte eetlust of inname een belemmering vormen.
Daarom is niet alleen van belang wat een voedingspatroon theoretisch bevat, maar ook wat iemand er in de praktijk van binnenkrijgt. Een voedingspatroon kan voedingskundig goed zijn samengesteld en toch onvoldoende passend zijn wanneer iemand het niet kan, wil of daadwerkelijk weet te eten.
De professionele afweging verbindt daarmee verschillende perspectieven: voedingsbehoefte en voedingstoestand, gezondheid en functioneren, voedselkeuze en voedingskwaliteit, maar ook voorkeuren, mogelijkheden en waarden van de persoon zelf.
Samen beslissen is daarbij een belangrijk uitgangspunt
Wanneer een voedingspatroon wordt aangepast, hoort waar relevant ook te worden gevolgd of de beoogde voedingskundige doelen daadwerkelijk worden bereikt. De feitelijke inname, voedingstoestand, het functioneren en herstel kunnen aanleiding geven het advies opnieuw te beoordelen en waar nodig bij te stellen.
Adviezen die op populatieniveau bijdragen aan gezondheid en duurzaamheid kunnen niet automatisch worden vertaald naar patiënten en andere mensen met een specifieke voedingsbehoefte.
Bij kinderen en jongeren kan bijvoorbeeld groei van invloed zijn op de voedingsbehoefte; tijdens de zwangerschap veranderen voedingskundige behoeften eveneens. Ook leeftijd en lichamelijke conditie kunnen relevant zijn.
Bij patiënten kunnen daarnaast ziekte, behandeling, herstel, ondervoeding of een verhoogde energie- of eiwitbehoefte leiden tot andere voedingskundige prioriteiten. Juist bij mensen met een beperkte voedingsinname kan het realiseren van voldoende energie, eiwit en andere noodzakelijke voedingsstoffen vooropstaan.
Voorr patiënten met ondervoeding, risico op ondervoeding, een verhoogde voedingsbehoefte of beperkte voedingsinname wordt een routinematige verhoging van het aandeel plantaardig eiwit op dit moment niet als uitgangspunt gehanteerd. Eventuele veranderingen vragen daar om voedingskundige beoordeling en passende monitoring.
Dit betekent niet dat gezondheid en duurzaamheid tegenover elkaar staan. In veel situaties kunnen beide juist goed samengaan. Het betekent wel dat duurzaamheid nooit los kan worden gezien van adequate voedingszorg en de situatie van de persoon zelf.
Professionele onafhankelijkheid en maatschappelijke rol
De diëtist heeft als deskundige op het gebied van voeding en gezondheid een belangrijke stem in maatschappelijke vraagstukken over voeding. Die deskundigheid brengt ook verantwoordelijkheid met zich mee.
Wetenschappelijke kennis kan inzicht geven in de effecten van voedingskeuzes op gezondheid. Professionele expertise kan die kennis vertalen naar individuele mensen, patiëntengroepen en populaties. Maar wetenschappelijke kennis leidt niet automatisch tot één maatschappelijke of politieke keuze.
Daarom vindt de NVD het belangrijk dat duidelijk blijft vanuit welke rol wordt gesproken: vanuit wetenschappelijke kennis en professionele deskundigheid, of vanuit maatschappelijke waarden en persoonlijke of politieke overtuigingen. Die verschillende rollen kunnen naast elkaar bestaan, maar moeten herkenbaar blijven. Het beschermen van die rolzuiverheid draagt bij aan het vertrouwen in de professionele deskundigheid van de diëtist. (Beroepscode Dietist 2023)
Ook commerciële, maatschappelijke of politieke belangen mogen niet ongemerkt de professionele afweging bepalen. Transparantie over kennis, aannames, belangen en afwegingen is daarom belangrijk.
Samengevat
De NVD onderschrijft de eiwittransitie en ziet voor de diëtetiek een belangrijke rol bij het verbinden van gezondheid en duurzaamheid.
De generieke beweging naar meer plantaardige en minder dierlijke eiwitten biedt daarvoor richting, maar vraagt om professionele vertaling. Voor patiënten en andere mensen met een specifieke voedingsbehoefte kunnen andere prioriteiten gelden. Daarbij gaat het niet alleen om wat iemand nutritioneel nodig heeft, maar ook om wat iemand kan en wil eten, wat aansluit bij persoonlijke waarden, voorkeuren en omstandigheden en wat iemand uiteindelijk daadwerkelijk consumeert.
De diëtetiek verbindt wetenschappelijke kennis, voedingskundige kwaliteit, gezondheid, functioneren, persoonlijke mogelijkheden en voorkeuren en duurzaamheid.
Zo draagt de diëtetiek vanuit deskundigheid, onafhankelijkheid en professionele verantwoordelijkheid bij aan een gezonde én duurzame voedseltoekomst — met ruimte voor verschillen tussen mensen en met adequate voedingszorg als basis.