Ga door naar hoofdcontent
misc/arrow-dots-black Nieuwsmisc/arrow-dots-blackUitspraak tarieven fysiotherapeuten

Uitspraak tarieven fysiotherapeuten

Maandag 6 juli 2026Afbeelding Uitspraak tarieven fysiotherapeuten

De rechter deed vorige week uitspraak in de kort gedingen die een aantal fysiotherapiepraktijken had aangespannen tegen de vier grote zorgverzekeraars. De praktijken vorderden dat de rechter ingrijpt in de tarieven voor 2026 en 2027 en de zorgverzekeraars verplicht de tarieven nader te onderbouwen of een kostprijsonderzoek uit te voeren. Wat betekent dit?  

De uitspraak

Ruim 1.600 fysiotherapeuten spanden een kort geding aan omdat zij vinden dat de tarieven van de vier grootste zorgverzekeraars te laag zijn. Zij vroegen om hogere, marktconforme tarieven voor 2026 en 2027. De vier grote zorgverzekeraars zien dat anders: zij hebben het tariefniveau jaarlijks geactualiseerd “met toereikende indexering”.

De fysiotherapeuten vroegen om een tariefverhoging van 45,2 procent. Volgens een berekening van de zorgverzekeraars zou dat leiden tot een kostenstijging van meer dan 934 miljoen euro per jaar en een forse premiestijging van de basisverzekering.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat de fysiotherapiepraktijken de lat voor het vereiste spoedeisend belang in dit kort geding niet hebben gehaald. Zij hebben onvoldoende aannemelijk weten te maken dat er op dit moment sprake is van een acute noodsituatie. De zorgverzekeraars stellen volgens de rechter terecht dat niet aannemelijk is gemaakt dat fysiotherapeuten door de tarieven op dit moment in dusdanig zwaar weer verkeren, dat het merendeel van hen op korte termijn in hun voorbestaan wordt bedreigd. De rechter weegt hierin zwaar mee dat de Nederlandse Zorgautoriteit onlangs concludeerde dat er nu geen breed toegankelijkheidsprobleem zichtbaar is.

Wat betekent deze uitspraak voor diëtisten?

Ook binnen de diëtetiek leven zorgen over de tarieven en de manier waarop zorgverzekeraars zorg inkopen. De uitspraak laat zien dat het moeilijk is om via de rechter hogere tarieven af te dwingen. De NVD signaleert dat de kosten in de sector stijgen en het huidige tarief deze kosten niet voldoende dekt.

Om deze reden heeft de NVD de Nederlandse Zorgautoriteit (NZA) gevraagd om onderzoek te doen naar de huidige tarieven in de eerstelijnzorg. Een speciaal in het leven geroepen werkgroep onder leiding van CEL voorzitter Johan Bruinen levert input aan voor dit onderzoek.

Kan de NVD een kort geding aanspannen?

De paramedische zorg werkt met vrije prijzen. Dat houdt in dat zorgaanbieders en zorgverzekeraars met elkaar onderhandelen over de prijs van een behandeling. Anders gezegd, de NZa bemoeit zich niet met de hoogte van het tarief voor een diëtistische behandeling of consult.

Doordat er vrije tarieven gelden vallen deze onder het civiel recht. Net als in andere sectoren zonder prijsregulering kunnen aanbieders (praktijken) en vragers (zorgverzekeraars) naar de rechter stappen als zij het niet eens zijn met tarieven die in een contract zijn vastgelegd.

Omdat de NVD geen partij is bij deze individuele contracten tussen praktijken en zorgverzekeraars, kan de NVD niet namens alle leden juridische procedures voeren over de contracttarieven. Omdat het vrije tarieven zijn is het niet mogelijk als beroepsverenging om die tarieven aan te vechten vanuit mededingingsregelgeving.

In een gratis ADAP geaccrediteerde On Demand voor leden legt de Autoriteit Consument en Markt (ACM) uit hoe dit werkt en wat wel en niet is toegestaan.

Wat doet de NVD wel als het gaat om tarieven?

Als NVD vragen we continu aandacht voor de tarieven van de eerste lijn in het algemeen, direct voortkomend uit de explosie aan kosten voor diëtisten in de eerste lijn: nieuwe landelijke en regionale samenwerkingsstructuren: aandoeningsnetwerken, verwijstools, kwaliteitsregistraties en investeringen in digitalisering, praktijkkosten. Deze kosten zijn grotendeels voortgekomen uit het Integraal Zorgakkoord (IZA) en de Visie op de eerstelijnszorg.

Dit beleid vraagt om intensieve samenwerking, dataverzameling, investeren in digitale zorg en verantwoording — maar in de praktijk blijven de middelen achter. Extra belastend voor diëtistenpraktijken is dat ze niet alleen moeten samenwerken binnen de eerste lijn, maar ook met de tweede en derde lijn en met het sociaal domein. Dit is echt uniek voor de diëtetiek. Dat moet veel aandacht krijgen in het marktonderzoek dat door de NZA wordt uitgevoerd.