Ga door naar hoofdcontent
misc/arrow-dots-black Nieuwsmisc/arrow-dots-blackHerziene richtlijn ‘Verminderde eetlust en gewichtsverlies in de palliatieve fase’ gepubliceerd

Herziene richtlijn ‘Verminderde eetlust en gewichtsverlies in de palliatieve fase’ gepubliceerd

Woensdag 24 juni 2026Afbeelding Herziene richtlijn ‘Verminderde eetlust en gewichtsverlies in de palliatieve fase’ gepubliceerd

Op 18 juni 2026 is de herziene multidisciplinaire richtlijn ‘Verminderde eetlust en gewichtsverlies in de palliatieve fase’ gepubliceerd. De richtlijn helpt diëtisten en andere zorgverleners gerichter te werken en beter in gesprek te gaan met patiënten en hun naasten over voeding, eetlust, gewichtsverlies en doelen.

De herziene richtlijn

In deze herziene multidisciplinaire richtlijn staat het tijdig signaleren en bespreken van verminderde eetlust en gewichtsverlies centraal, evenals het samen met patiënt en naasten formuleren van haalbare en zinvolle doelen. Daarbij is expliciet aandacht voor comfort, het perspectief van patiënt en naasten en de (on)zin van (bij)voeding.

De richtlijn biedt duidelijke en praktische handvatten voor veelvoorkomende situaties in de palliatieve praktijk. Hierdoor kunnen diëtisten en zorgverleners gerichter passende palliatieve zorg leveren.

Anorexie

Verminderde eetlust (anorexie) en gewichtsverlies komen in de palliatieve fase vaak voor en hebben meerdere oorzaken. Naast verminderde inname spelen ook ziekte-gerelateerde veranderingen in de stofwisseling een rol. Hierdoor kan het lichaam voeding minder goed benutten, met gevolgen voor de conditie en kwaliteit van leven van patiënten.

De richtlijn beschrijft hoe deze problematiek kan worden herkend, uitgelegd en benaderd. Er is aandacht voor diagnostiek, voorlichting en het samen met patiënt en naasten bepalen van passende doelen en interventies in de laatste levensfase.

De herziening is gebaseerd op de nieuwste wetenschappelijke inzichten, praktijkervaringen van zorgprofessionals, patiënten en naasten, en de resultaten van een knelpuntenenquête. De richtlijn is ontwikkeld volgens een wetenschappelijke methodiek en sluit goed aan op de dagelijkse praktijk.

Wat is er gewijzigd? 

De richtlijn is op een aantal punten aangepast ten opzichte van de vorige versie uit 2013:

  • De richtlijn is herzien in opbouw en format, passend bij recente richtlijnen palliatieve zorg.
  • De GLIM-criteria zijn geïntroduceerd voor het vaststellen van ondervoeding.
  • Er wordt een advies gegeven over screening op ondervoeding bij patiënten in de palliatieve fase. 
  • Er is veel meer aandacht en onderbouwing voor bewegingsinterventies bij patiënten met kanker en COPD in de palliatieve fase.
  • Nieuwe (consensus-based) modules zijn toegevoegd over voorlichting, psychosociale zorg en organisatie van zorg.
  • Het literatuuronderzoek naar voedingsinterventies is geactualiseerd. Aan de hand hiervan zijn de aanbevelingen aangepast.
  • Er is een systematisch literatuuronderzoek verricht over medicamenteuze behandeling van anorexie en gewichtsverlies bij patiënten met kanker. Aan de hand hiervan zijn de adviezen met betrekking tot de rol van corticosteroïden en progestativa aangepast.

“Stel bij verminderde eetlust en gewichtsverlies in de palliatieve fase samen met patiënten en naasten gewenste en haalbare doelen van interventies vast met aandacht voor comfort, levensperspectief, zin én onzin van voeding.”

– Alexander de Graeff, internist-oncoloog, hospice-arts en voorzitter werkgroep

Focus op patiëntcomfort en zinvolle doelen

In de praktijk worden vaak knelpunten ervaren rondom de indicaties, de zin en de doelstellingen van interventies zoals dieetadviezen, drinkvoeding en sondevoeding.

De richtlijn onderstreept de rol van de diëtist in het tijdig signaleren, duiden en begeleiden van voedinggerelateerde problematiek in de palliatieve fase. Daarbij speelt niet alleen voedingsoptimalisatie een rol, maar vooral het ondersteunen van weloverwogen keuzes die aansluiten bij de waarden en wensen van de patiënt.

Samen met de patiënt en diens naasten wordt bepaald wat de (on)zin van (bij)voeding is in hun specifieke situatie. Hierbij verschuift de focus nadrukkelijk naar comfort, het perspectief van de patiënt en het samen bepalen van haalbare en zinvolle doelen.

Communicatie met patiënten en naasten

De richtlijn brengt expliciete aandacht voor heldere communicatie met patiënt en naasten over verwachtingen, effecten en mogelijke beperkingen van voedingsinterventies.

Het is belangrijk om op tijd na te denken over wat de patiënt belangrijk vindt in het leven en in de zorg. Als zorgverlener kun je daarbij helpen door duidelijke informatie te geven over de keuzes die er zijn, wat deze betekenen en welke gevolgen of onzekerheden erbij horen.

Meer informatie