Ga door naar hoofdcontent
misc/arrow-dots-black Nieuwsmisc/arrow-dots-blackLeVEL-rapport bevestigt: forse knelpunten in regionale samenwerking eerste lijn

LeVEL-rapport bevestigt: forse knelpunten in regionale samenwerking eerste lijn

Dinsdag 6 oktober 2026Afbeelding LeVEL-rapport bevestigt: forse knelpunten in regionale samenwerking eerste lijn

Regionale samenwerking in de eerste lijn is noodzakelijk, maar komt niet vanzelf tot stand. Dat blijkt uit het nieuwe rapport van het Leer- en Verbeternetwerk Eerste Lijn (LeVEL). Het onderzoek laat zien dat samenwerking vooral werkt als professionals elkaar kennen, weten wat elkaars expertise is en er duidelijke afspraken zijn over rollen en verantwoordelijkheden. Tegelijkertijd zijn er nog belangrijke knelpunten in organisatie, vertegenwoordiging en financiering. Zie hier het volledig rapport.

De feiten

Voor het onderzoek zijn 21 professionals uit drie zorgregio’s geïnterviewd. De onderzoekers onderscheiden vijf belangrijke thema’s: interprofessionele samenwerking, bestuurlijke verbinding en machtsverhoudingen, urgentiebesef, structurele bekostiging en de rol van LeVEL als ondersteunend netwerk.

Een belangrijke conclusie is dat samenwerking niet volgens één landelijke blauwdruk kan worden georganiseerd. Succesvolle samenwerking ontstaat vaak lokaal, rondom concrete vraagstukken en tussen professionals die elkaar kennen en vertrouwen. Tegelijkertijd zijn goede initiatieven nog versnipperd en lukt het onvoldoende om ervan te leren of ze op te schalen.

Ook bestuurlijk zijn er knelpunten. De onderzoekers constateren dat de eerste lijn uit veel verschillende organisaties en beroepsgroepen bestaat en dat verschillen in organisatiekracht invloed kunnen hebben op wie aan regionale tafels daadwerkelijk gehoord wordt. Met de ontwikkeling van de regionale eerstelijnssamenwerkingsverbanden, de RESV’s, leven daarom vragen over vertegenwoordiging en mandatering: wie vertegenwoordigt straks welke beroepsgroep en hoe worden besluiten genomen?

Een ander belangrijk punt is financiering. Samenwerking, overleg en netwerkontwikkeling worden nu nog regelmatig in eigen tijd uitgevoerd of tijdelijk betaald uit subsidies. Het rapport benoemt bovendien dat middelen voor organisatie en infrastructuur in de praktijk niet voor alle beroepsgroepen even toegankelijk zijn. Structurele financiering is volgens de onderzoekers een belangrijke voorwaarde om regionale samenwerking duurzaam te organiseren.

Duiding: nieuwe structuren zijn niet genoeg

Voor de NVD is vooral belangrijk dat het rapport laat zien dat het oprichten van een RESV op zichzelf het probleem niet oplost. Een regionale structuur werkt alleen als ook de verbinding met de professionals in de wijk goed is geregeld, vertegenwoordigers een duidelijk mandaat hebben en beroepsgroepen daadwerkelijk in staat worden gesteld om mee te doen. Dat betekent ook: meedoen moet bekostigd worden. Zeker voor dietisten en overige paramedici is dat belangrijk. Zij hebben veel minder vanzelfsprekende organisatie- en ondersteuningsmiddelen dan sommige andere partijen in de eerste lijn.

Wat vindt de NVD?

In de paramedische klankbordgroep van LeVEL is nadrukkelijk aandacht gevraagd voor de infrastructuur die de beroepsverenigingen zelf al hebben opgebouwd. Paramedische beroepsgroepen zijn in steeds meer regio’s bezig professionals te organiseren en regionale samenwerking te ondersteunen. De vraag is hoe deze structuren straks worden verbonden aan LeVEL, RESV’s en hechte wijkverbanden, in plaats van dat er daarnaast opnieuw nieuwe structuren worden opgebouwd.

Die discussie wordt extra relevant omdat ZonMw werkt aan een vervolg op LeVEL. Voor een duurzaam netwerk rond RESV’s en hechte wijkverbanden is een subsidie van €4 miljoen voor drie jaar beschikbaar. De NVD en de andere paramedische organisaties willen daarom vroegtijdig betrokken zijn bij de manier waarop die landelijke ondersteuningsstructuur wordt ingericht

Wat is de rol van de NVD?

De NVD werkt samen met andere paramedische beroepsverenigingen aan een sterke landelijke én regionale vertegenwoordiging van de paramedische zorg. Voor de diëtetiek gebeurt dat onder andere via de regionale diëtistennetwerken en in direct contact met de kartrekkers van de regio;s

De uitkomsten van dit rapport geven de NVD extra onderbouwing om landelijk aandacht te vragen voor drie punten: een goede en transparante vertegenwoordiging van alle beroepsgroepen binnen RESV’s, structurele financiering van regionale samenwerking en aansluiting bij de regionale infrastructuur die beroepsverenigingen en professionals nu zelf al hebben opgebouwd.

Daarmee kan de discussie verschuiven van alleen de vraag óf paramedici deelnemen aan regionale samenwerking, naar de vraag onder welke voorwaarden zij dat volwaardig kunnen doen.

Wat heb jij als diëtist aan dit rapport?

Direct eigenlijk weinig. Dit rapport verandert morgen niets aan je praktijk, je contract of de manier waarop je patiënten behandelt. Maar indirect is het wel belangrijk. Veel knelpunten die diëtisten en regionale diëtistennetwerken ervaren, staan nu beschreven in een onafhankelijk onderzoek: samenwerking kost tijd en geld, regionale vertegenwoordiging is ingewikkeld, niet iedere beroepsgroep heeft dezelfde organisatiekracht en incidentele subsidies zijn geen structurele oplossing.

Voor de NVD betekent dat dat we deze problemen niet alleen vanuit ervaringen van jullie hoeven te agenderen. We hebben nu onderzoeksbevindingen waarmee we landelijk bij ZonMw, VWS, NZa, zorgverzekeraars en de ontwikkeling van de RESV’s kunnen onderbouwen wat nodig is om diëtisten en alle andere paramedische beroepsgroepen werkelijk een gelijkwaardige positie in de regionale eerste lijn te geven.