“De beste onderzoeksvragen ontstaan nog altijd in de spreekkamer”
Dinsdag 6 oktober 2026
Met een gedeelde derde plaats in de verkiezing Diëtist van het Jaar kreeg Heidi Sweers erkenning voor haar wetenschappelijke bijdrage aan de diëtetiek. Als diëtist-onderzoeker verbindt zij al jarenlang patiëntenzorg, onderzoek, onderwijs en kennisimplementatie. Haar werk rond nutritional assessment, lichaamssamenstelling en bio-elektrische impedantieanalyse (BIA) heeft bijgedragen aan beter onderbouwde voedingszorg. In dit interview vertelt zij over haar passie voor praktijkgericht onderzoek, de kracht van samenwerking en het belang van wetenschappelijke kennis in de dagelijkse praktijk.
Hoe voelde het om te horen dat de jury juist jouw wetenschappelijke bijdrage wilde belonen?
Dat maakt me trots. Het is fijn dat gezien wordt wat ik doe en dat het impact heeft binnen de diëtetiek. Ik voelde me ontzettend vereerd met de nominatie, zeker omdat ik genomineerd werd door Harriët Jager-Wittenaar, iemand die al jarenlang een grote inspiratiebron voor mij is.
Toen ik het bericht over mijn nominatie las, zat ik in de trein terug van Schiphol na een congres in Helsinki. Ik had vertraging en was moe, maar door die mail sloeg mijn stemming direct om. Ik was verrast en ontroerd.
Misschien raakt deze nominatie me juist zo omdat ik die nooit had verwacht. Ik heb dyslexie en heb geleerd dat je niet alles alleen hoeft te kunnen. Veel van wat ik heb bereikt, komt voort uit samenwerking, kennis delen en mensen met elkaar verbinden. Daarom voelt deze erkenning niet alleen persoonlijk, maar vooral als waardering voor de kracht van samenwerking.
Wat betekent deze nominatie voor jou persoonlijk?
Die samenwerking vormt eigenlijk de rode draad in mijn werk. Als diëtist-onderzoeker combineer ik patiëntenzorg met onderzoek, onderwijs en kennisimplementatie. Veel collega’s kennen mij van mijn werk op het gebied van nutritional assessment, met name BIA en actometrie.
Daarnaast heb ik een grote passie voor metabole ziekten. Een bijzonder moment uit mijn loopbaan was toen ik op een foto stond met het pasgeboren kindje van een patiënt die ik al kende sinds de diagnose in haar babytijd. Inmiddels was zij zelf moeder geworden van een gezond kind. Zulke momenten laten voor mij zien waarom dit vak zo bijzonder is. Als diëtist mag je soms jarenlang meelopen met patiënten en belangrijke fases van hun leven meemaken.
Wat fascineert jou het meest aan onderzoek binnen de diëtetiek?
Ik ben nieuwsgierig van aard. In de dagelijkse praktijk merk ik regelmatig dat zaken onvoldoende onderbouwd zijn of dat er verschillende keuzes worden gemaakt in vergelijkbare situaties. Dat roept vragen op.
Ik doe uitsluitend praktijkgericht onderzoek. Daardoor kunnen de resultaten direct worden toegepast in de patiëntenzorg. Op die manier verbeteren we niet alleen de kwaliteit van zorg, maar versterken we ook de positie van ons vakgebied. Die directe verbinding tussen onderzoek en praktijk maakt onderzoek voor mij zo interessant.
Welke onderzoeksvraag houdt je momenteel het meest bezig?
Dat zijn er eigenlijk meerdere. Een belangrijk onderwerp is de rol van het microbioom bij mensen met spierziekten en darmklachten. Ik ben benieuwd welke dieetinterventies het microbioom kunnen beïnvloeden en of dit kan bijdragen aan een betere kwaliteit van leven.
Daarnaast houd ik me bezig met leefstijl bij spierziekten. We onderzoeken welke leefstijlfactoren bijdragen aan gezondheid, functioneren en kwaliteit van leven binnen deze patiëntengroep.
Een derde onderzoekslijn richt zich op lichaamssamenstelling en voedingsstatus. Daarbij kijk ik vooral naar de toepasbaarheid van BIA in de dagelijkse praktijk bij mensen met spierziekten en metabole aandoeningen.
Hoe zorg je ervoor dat wetenschappelijke kennis daadwerkelijk de praktijk bereikt?
Voor mij is kennis pas echt waardevol als die leidt tot betere patiëntenzorg. Daarom besteed ik veel aandacht aan het vertalen van onderzoeksresultaten naar de praktijk via publicaties, congressen, scholingen en netwerkactiviteiten.
Heidi Sweers: “Voor mij is kennis pas echt waardevol als die leidt tot betere patiëntenzorg.”
Binnen het Nutritional Assessment Platform ontwikkelen we bijvoorbeeld Standard Operating Procedures waarin wetenschappelijke inzichten worden vertaald naar praktische handvatten voor diëtisten. Ook verzorgen we scholingen waarin deelnemers leren hoe zij voedingsstatus, lichaamssamenstelling en spiermassa op een gestandaardiseerde manier kunnen beoordelen.
Zo probeer ik de brug tussen onderzoek en praktijk zo klein mogelijk te maken.
Wat is volgens jou de grootste uitdaging bij het vertalen van onderzoek naar de spreekkamer?
Tijd en geld. Er wordt veel waardevol onderzoek gedaan, maar zorgprofessionals hebben vaak weinig tijd om nieuwe inzichten te bestuderen en te implementeren. Bovendien vraagt de invoering van nieuwe werkwijzen regelmatig om scholing, apparatuur of andere investeringen, terwijl daar niet altijd voldoende middelen voor beschikbaar zijn.
Kun je een voorbeeld geven van onderzoek dat direct invloed heeft gehad op de zorg voor cliënten?
Een goed voorbeeld is ons onderzoek naar de veiligheid van bio-elektrische impedantieanalyse bij patiënten met een pacemaker of ICD.
Lange tijd werd aangenomen dat deze metingen mogelijk risico’s met zich mee zouden brengen. Ons onderzoek liet zien dat BIA veilig kan worden toegepast bij deze patiëntengroep. Daardoor kunnen patiënten die eerder niet in aanmerking kwamen voor deze metingen nu wel worden onderzocht wanneer dat klinisch relevant is. Dat levert waardevolle informatie op over voedingsstatus, vochtbalans en lichaamssamenstelling.
Hoe kunnen diëtisten volgens jou beter gebruikmaken van wetenschappelijke inzichten?
Door nieuwsgierig te blijven en actief nieuwe kennis op te zoeken. Scholingen, congressen en vakliteratuur zijn daarbij belangrijk. Daarnaast kunnen diëtisten veel gebruikmaken van bestaande richtlijnen en protocollen.
Daarmee zorg je voor meer uniforme en goed onderbouwde zorg. Overigens denk ik dat diëtisten dit over het algemeen al behoorlijk goed doen.
Wanneer wist je dat wetenschap een belangrijke rol zou spelen in jouw loopbaan?
Wetenschap is eigenlijk altijd onderdeel van mijn werk geweest. Ik werk al bijna dertig jaar in een academisch ziekenhuis, waar patiëntenzorg, onderwijs en onderzoek nauw met elkaar verbonden zijn.
Mijn eerste stappen in onderzoek zette ik al tijdens het begeleiden van stagiairs en praktijkgerichte projecten. Later presenteerde ik mijn eerste congresposter. Dat smaakte naar meer. Sinds de start van mijn promotietraject in 2010 is onderzoek een steeds belangrijker onderdeel van mijn werk geworden.
Welke onderzoekers of professionals hebben jou geïnspireerd?
Dat is eenvoudig te beantwoorden: Harriët Jager-Wittenaar. Haar visie op onderzoek en op het vertalen van wetenschappelijke kennis naar de dagelijkse praktijk is voor mij een groot voorbeeld.
Wat geeft jou de meeste voldoening in je werk?
Juist de combinatie van verschillende activiteiten. Ongeveer de helft van mijn tijd besteed ik aan gespecialiseerde patiëntenzorg. De andere helft gaat naar onderzoek en innovatie.
Daarnaast haal ik veel energie uit het begeleiden van studenten, samenwerken met collega’s en het delen van kennis binnen netwerken zoals de DIES en het Nutritional Assessment Platform. Ook congressen geven veel inspiratie. Het uitwisselen van kennis met collega’s uit binnen- en buitenland blijft enorm waardevol.
Welke ontwikkelingen gaan de diëtetiek de komende jaren veranderen?
De combinatie van vergrijzing, een toenemende zorgvraag en beperkte zorgbudgetten wordt een grote uitdaging. Tegelijkertijd zie ik steeds meer aandacht voor preventie en leefstijl.
Ook verwacht ik dat persoonlijke voeding een grotere rol gaat spelen. Ontwikkelingen rond het microbioom, lichaamssamenstelling en metabole gezondheid bieden steeds meer mogelijkheden voor voedingszorg op maat.
Daarnaast zal technologie de voedingsdiagnostiek verder versterken. Methoden zoals BIA en spierecho geven ons steeds betere mogelijkheden om voedingsstatus en lichaamssamenstelling nauwkeurig te beoordelen.
Waar liggen volgens jou de grootste kansen voor onderzoek?
Vooral op het gebied van preventie, leefstijl, persoonlijke voeding, het microbioom en chronische aandoeningen zoals spierziekten en metabole ziekten.
Ook implementatieonderzoek blijft belangrijk. Het is mooi om nieuwe kennis te ontwikkelen, maar uiteindelijk gaat het erom hoe je die kennis daadwerkelijk gebruikt om de zorg beter, doelmatiger en persoonlijker te maken.
Wat zou je jonge diëtisten willen meegeven die interesse hebben in een wetenschappelijke carrière?
Gewoon beginnen. Veel diëtisten denken dat onderzoek alleen mogelijk is aan een universiteit of in een fulltime onderzoeksfunctie. Mijn ervaring is juist dat de combinatie van patiëntenzorg en onderzoek heel waardevol is.
De beste onderzoeksvragen ontstaan vaak vanuit de dagelijkse praktijk. Wees nieuwsgierig, werk mee aan projecten, begeleid studenten, presenteer een poster op een congres en bouw stap voor stap ervaring op.
Als de jury over tien jaar opnieuw op jouw bijdrage aan het vak zou terugkijken, wat hoop je dan dat mensen zich van jou herinneren?
Ik hoop dat mensen mij zien als iemand die heeft geholpen de brug tussen wetenschap en praktijk verder te versterken.
Daarnaast hoop ik dat mijn bijdrage aan nutritional assessment, lichaamssamenstelling en kennisimplementatie zichtbaar blijft. Maar misschien nog wel belangrijker: dat collega’s mij herinneren als iemand die anderen wist te verbinden en te enthousiasmeren voor onderzoek en innovatie.
Ik zou het mooi vinden als mensen zeggen dat ik heb bijgedragen aan betere, beter onderbouwde diëtistische zorg en anderen heb geholpen om hetzelfde te doen.








