Ga door naar hoofdcontent
misc/arrow-dots-black Nieuwsmisc/arrow-dots-blackNVD gaat financiële positie eerstelijnspraktijken structureel in beeld brengen

NVD gaat financiële positie eerstelijnspraktijken structureel in beeld brengen

Maandag 28 september 2026Afbeelding NVD gaat financiële positie eerstelijnspraktijken structureel in beeld brengen

De NVD gaat samen met de NVLF (logopedie) en EN (ergotherapie) onderzoek doen vanuit de Kleinbedrijf Index voor de eerstelijnszorg. Het onderzoek wordt uitgevoerd door de Hogeschool Utrecht. Daarmee willen we meer structureel en onafhankelijk in kaart brengen hoe het bedrijfsmatig gaat met eerstelijnspraktijken in de diëtetiek.

Bianca Rootsaert, directeur NVD. ‘We weten als NVD als geen ander dat er onder diëtisten in de eerste lijn grote zorgen zijn over de financiële houdbaarheid van de praktijk. Over de tarieven in relatie tot stijgende kosten, werkdruk als gevolg van complexere problematiek en de ruimte om medewerkers fatsoenlijk te belonen of te investeren in digitalisering, kwaliteit en samenwerking.  Het is belangrijk om nu onafhankelijk te laten zien wat er daadwerkelijk gebeurt in de praktijk.’ De voorzitter van de Commissie Eerste Lijn NVD Johan Bruinen: “Het is belangrijk dat de NVD dit voor ons gaat oppakken. Meten is weten’.

Waarom een Kleinbedrijf Index?

De Hogeschool Utrecht brengt systematisch de financiële positie, investeringsruimte en maatschappelijke waarde van kleine eerstelijnspraktijken in beeld. De onderzoeken geven inzicht in onderwerpen als omzet, kosten, rendement, ondernemersinkomen, werkdruk, personeelsontwikkeling, investeringsmogelijkheden en verwachtingen voor de toekomst.

Dat levert informatie op die er nu onvoldoende is. Het GUPTA onderzoek uit 2020 is het laatste onderzoek dat inzage gaf in de kosten van dietistenpraktijken. Juist kleine zorgpraktijken zijn in algemene economische statistieken beperkt zichtbaar, terwijl een groot deel van de eerstelijnszorg vanuit zulke praktijken wordt geleverd.

Tarieven moeten in relatie tot de kosten worden bekeken

Voor de paramedische zorg gelden vrije tarieven. De NZa stelt dus geen maximum- of kostendekkend tarief vast voor diëtetiek. Zorgverzekeraars en zorgaanbieders spreken in de contractering zelf af welk tarief voor een behandeling wordt betaald. De NZa voert in onze sector ook niet periodiek het kostprijsonderzoek uit dat zij in sommige andere zorgsectoren wel gebruikt om tarieven vast te stellen.Dat maakt goede informatie over de ontwikkeling van kosten extra belangrijk.

Een tariefstijging op zichzelf zegt namelijk niet genoeg. Als tegelijkertijd bijvoorbeeld personeelskosten, huisvesting, ICT, scholing en andere praktijkkosten sterker stijgen, kan de financiële ruimte van een praktijk alsnog afnemen.

Dit is breder dan alleen het tarief

De komende jaren wordt er van alle paramedische partijen in de eerste lijn veel gevraagd. Van praktijken wordt verwacht dat zij samenwerken in de regio, digitaliseren, gegevens uitwisselen, kwaliteit aantoonbaar maken, passende zorg leveren en nieuwe vormen van zorg organiseren. Daarvoor moet wel voldoende bedrijfsmatige ruimte bestaan.

De NZa doet momenteel onderzoek naar het functioneren van de paramedische zorgmarkten, waaronder de diëtetiek. Aanleiding daarvoor zijn onder meer signalen over vergoedingen, contractering en toegankelijkheid in de paramedische sector. Belangrijk: de NZa doet geen kostenonderzoek, maar kijkt naar de toegankelijkheid van zorg. Zo onderzoekt de NZA of er wachtlijsten zijn of andere belemmeringen die de zorg als markt belemmeren. Hierbij heeft de NZa de NVD laten weten dat er te weinig feitelijke gegevens zijn om een aantal van de knelpunten van de NVD, te onderbouwen. Het rapport wordt vermoedelijk eind dit jaar opgeleverd.

Van zorgen naar bewijs

We begrijpen goed dat leden zich zorgen maken. Zeker wanneer kosten oplopen en een aangeboden tarief daar voor het gevoel niet mee in de pas loopt, raakt dat direct aan je inkomen, je medewerkers en de toekomst van je praktijk. Maar juist dan is het belangrijk dat we onderscheid maken tussen wat we ervaren, wat we vermoeden en wat we met feiten kunnen aantonen. Met de Kleinbedrijf Index willen we dat laatste gaan doen.

Samen met logopedie en ergotherapie bouwen we zo aan een steviger beeld van het ondernemerschap in de paramedische eerste lijn. Zodra de eerste uitvraag voor de diëtetiek start, informeren we jullie over deelname. Hoe meer praktijken deelnemen, hoe sterker de gegevens waarop we gezamenlijk kunnen bouwen.